Vogel
Waaierhoen
Waaierhoen
Centrocercus urophasianus
Log in om deze soort toe te voegenDe Waaierhoen behoort tot het geslacht Centrocercus binnen de familie van Ruigpoothoenders (Phasianidae).
Deze vogelsoort komt voor in het westelijke Noord-Amerika, van Canada tot New Mexico, en leeft vooral in uitgestrekte gebieden met ruige struikgewassen, met name beifu�. Het dier is sterk afhankelijk van deze vegetatie voor voedsel, nestelen en bescherming. In de zomer bezoekt het ook vochtige weiden en valleien, waar jongen worden opgevoed. Het gedrag omvat het bezetten van specifieke paringsplekken, waar mannetjes indrukwekkende vertoningen geven om vrouwtjes te lokken. De soort is over het algemeen niet sterk migrerend, maar kan wel afstanden tot tientallen kilometers afleggen tussen seizoensgebieden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Centrocercus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Ruigpoothoenders
Ruigpoothoenders, waaronder korhoenders, hazelhoenders en sneeuwhoenders, zijn vogels uit koelere streken die zich goed aanpassen aan bosrijke of bergachtige gebieden. In de avicultuur vragen ze om rustige, ruime volières met natuurlijke begroeiing, schaduw en beschutting. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (30–50 m² per paar, ≥ 2,5 m hoog) met zand-, aarde- of grasbodem; afwisseling van open zones en beplanting (struiken, varens, coniferen) voor beschutting; droog nacht- of rusthok (3–5 m² per paar) bij slecht weer of kou.
- Klimaat: koudetolerant; jaarrond buiten te houden mits droog en tochtvrij; natte omstandigheden vermijden; in warme klimaten schaduw en ventilatie voorzien.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriale hanen – aparte verblijven aanbevolen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: fazanten- of hoendervoer aangevuld met zaden, bessen, knoppen en bladgroen; in kweek extra insecten of meelwormen; grit en maagkiezel altijd beschikbaar; dagelijks vers water.
- Overig: regelmatig schoonmaken van verblijven om parasieten en schimmel te voorkomen; natuurlijke beplanting bevordert welzijn; harde geluiden en plotselinge verstoringen vermijden.
Man:
De man heeft een opvallend zwart verenkleed met een groene metaalglans op de borst. De nek is bedekt met lange, witte veren die een kraag vormen. De rug en vleugels zijn donkerbruin met lichte vlekken en strepen. De staart is breed en zwart met witte uiteinden, waaiervormig uitgespreid tijdens balts. De kop is zwart met een opvallende gele oogring en een korte, stevige snavel. De poten zijn bedekt met fijne, grijze veren. In de winter is het verenkleed doffer en minder glanzend.
Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend bruin verenkleed met een fijn gemarmerd patroon. De borst is lichter met een subtiele streepjespatroon. De rug en vleugels zijn donkerder met lichte randen aan de veren. De staart is korter en minder uitgesproken dan die van de man. De kop is bruin met een lichte oogring en een slanke, gebogen snavel. De poten zijn grijs en onopvallend. In de winter is het verenkleed iets bleker en minder contrastrijk.
Juveniel:
Juvenielen hebben een verenkleed dat lijkt op dat van de vrouw, maar met een meer diffuse tekening. De borst is lichter en minder gestreept dan bij volwassen vrouwtjes. De rug en vleugels zijn bruin met een vage bandering. De staart is kort en bruin met lichte uiteinden. De kop is bruin met een onopvallende oogring en een kleine, donkere snavel. De poten zijn grijs en fijn bevederd. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze meer contrast in hun verenkleed.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, geelbruin dons. Ze hebben een donkere streep over de rug en kop.