Afrikaanse dwergaalscholver

Microcarbo africanus

Log in om deze soort toe te voegen

De Afrikaanse dwergaalscholver (synoniem: Rietaalscholver) behoort tot het geslacht Microcarbo binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).

Deze vogel komt wijdverspreid voor in Afrika ten zuiden van de Sahara en op Madagaskar. Hij leeft vooral in zoetwaterwetlands, rustige kustgebieden en moerassen, waar hij vaak te zien is op rietkragen en lage takken. De soort is niet bedreigd en broedt in kolonies, waarbij hij zich voedt met kleine vis, kreeftachtigen en insecten. Hij is een vaardige duiker en zwemmer, en vaak in groepen te zien, vooral bij het rusten of broeden.

Afrikaanse dwergaalscholver
Reed Cormorant
Riedscharbe
Cormoran africain

Taxonomische indeling

Bird Order
Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
Bird Family
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Bird Genus
Microcarbo

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Aalscholvers

Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
  • Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans. De kop en nek zijn donkerder dan de rest van het lichaam. De vleugels hebben een subtiele bruine tint aan de randen van de veren. De borst en buik zijn effen zwart zonder zichtbare markeringen. De snavel is lang en slank, met een grijze kleur en een lichte kromming. De poten zijn zwart en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een matte zwarte kleur. De kop en nek zijn iets lichter, met een bruine tint. De vleugels vertonen een lichte bruine bandering, vooral aan de randen. De borst en buik zijn donkergrijs, met een subtiele overgang naar zwart. De snavel is korter en dikker dan die van de man, met een grijze kleur. De poten zijn donkergrijs en hebben een ruwe textuur. De iris is lichtbruin, met een dunne, grijze oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dof bruin verenkleed met een lichte glans op de vleugels. De kop en nek zijn lichter bruin, met een vage streepjespatroon. De borst en buik zijn lichtbruin, met een geleidelijke overgang naar donkerder tinten. De vleugels hebben een duidelijke bandering, met lichtere randen. De snavel is kort en recht, met een geelachtige basis. De poten zijn grijsbruin en hebben een gladde textuur. De iris is grijs, met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en geelachtig van kleur.