Bonte aalscholver

Phalacrocorax varius

Log in om deze soort toe te voegen

De Bonte aalscholver behoort tot het geslacht Phalacrocorax binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).

Deze zwart-witte vogel komt voor langs de kusten van Australi� en Nieuw-Zeeland en in nabijgelegen binnenwateren zoals meren, rivieren en wetlands. Hij jaagt voornamelijk op bodemvissen in ondiep water en duikt daarbij tot ongeveer 40 seconden onder. Vaak rust hij in bomen, op rotsen of drijvend hout, alleen, in paren of in grote groepen.

Bonte aalscholver
Australian Pied Cormorant
Elsterscharbe
Cormoran vari�

Taxonomische indeling

Bird Order
Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
Bird Family
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Bird Genus
Phalacrocorax

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Aalscholvers

Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
  • Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene en paarse iriserende glans. De kop en nek zijn diepzwart, contrasterend met de witte borst en buik. De vleugels hebben zwarte dekveren met een subtiele metaalachtige glans. De snavel is lang en grijs met een lichte kromming aan het uiteinde. De naakte huid rond de ogen is geel, wat contrasteert met de donkere iris. De poten zijn zwart en hebben een robuuste structuur. Tijdens het broedseizoen verschijnen er witte pluimen op de kop.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder iriserende glans. De kop en nek zijn donkerder zwart, met een minder uitgesproken contrast met de borst. De vleugels zijn matzwart met een lichte bruine tint aan de randen. De snavel is iets korter en lichter van kleur dan die van de man. De naakte huid rond de ogen is minder felgeel. De poten zijn donkergrijs en iets slanker. Tijdens het broedseizoen zijn de witte pluimen minder prominent.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint over het gehele lichaam. De kop en nek zijn lichtbruin, geleidelijk overgaand naar een vuilwitte borst. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten indruk geeft. De snavel is korter en heeft een grijsbruine kleur. De naakte huid rond de ogen is vaalgeel en minder opvallend. De poten zijn grijsbruin en minder robuust dan bij volwassenen. De iris is donkerbruin, wat een zachtere uitstraling geeft.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijswitte donslaag. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.