Vogel
Brandts aalscholver
Brandts aalscholver
Urile penicillatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Brandts aalscholver behoort tot het geslacht Urile binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).
Deze zeevogel leeft langs de Pacifische kust van Noord-Amerika, van zuid-Alaska tot Baja California, en voedt zich voornamelijk met vissen. Hij broedt in kolonies op rotsige kustgebieden en vertoont sociaal gedrag met uitgebreide duikactiviteit voor voedsel. Tijdens de winter migreren sommige populaties naar zuidelijkere gebieden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
- Bird Family
- Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
- Bird Genus
- Urile
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Aalscholvers
Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
- Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
- Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop en nek met een groene metaalachtige glans. De borst en buik zijn donkergrijs met een subtiele blauwe tint. Vleugels zijn zwart met een lichte purperen glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De rug is donkerder dan de vleugels, met een matte afwerking. De snavel is recht en zwart, met een lichte kromming aan de punt. Poten zijn donkergrijs met een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, zwarte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzende kop en nek, met een meer doffe zwarte kleur. De borst en buik zijn grijs met een bruine ondertoon, minder contrasterend dan bij de man. Vleugels zijn donkergrijs met een subtiele glans, minder uitgesproken dan bij de man. De rug is egaal donkergrijs, zonder opvallende glans. De snavel is iets korter en lichter van kleur, met een grijze tint. Poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De iris is donkerbruin, met een onopvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dof grijs verenkleed zonder de glans van volwassen vogels. De kop en nek zijn lichtgrijs met een bruine tint. De borst en buik zijn egaal grijs, zonder duidelijke kleurverschillen. Vleugels zijn donkergrijs met een matte afwerking, zonder glans. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming aan de punt. Poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.