Vogel
Dwergaalscholver
Dwergaalscholver
Microcarbo pygmaeus
Log in om deze soort toe te voegenDe Dwergaalscholver behoort tot het geslacht Microcarbo binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).
Deze kleine watervogel komt voor in zoetwatermoerassen, meren en rivierdelta's in Zuidoost-Europa en Zuidwest-Azi�. Hij leeft in dicht begroeide wetlands en is deels trekvogel. De soort jaagt op vis en nestelt in kolonies, vaak samen met andere watervogels, en vertoont sociaal en territoriaal gedrag.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
- Bird Family
- Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
- Bird Genus
- Microcarbo
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Aalscholvers
Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
- Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
- Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans. De kop en nek zijn donkerder met een subtiele purperen tint. De borst en buik zijn effen zwart zonder zichtbare markeringen. Vleugels tonen een lichte bronsachtige glans met scherp afgetekende randen. De snavel is slank en grijs met een lichte kromming aan de punt. Poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een matte zwarte kleur. De kop en nek zijn iets lichter, met een bruine ondertoon. De borst en buik vertonen soms een vage grijsachtige waas. Vleugels hebben minder uitgesproken randen en een doffere uitstraling. De snavel is korter en iets dikker, met een gelige basis. Poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De iris is donkerbruin, met een subtiele, bleke oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dof bruin verenkleed met een lichte, vlekkerige uitstraling. De kop en nek zijn lichter bruin met een grijze tint. De borst en buik zijn bleker, met een vaag gestreept patroon. Vleugels zijn donkerder met een onregelmatige, versleten rand. De snavel is kort en bleekgrijs, met een rechte vorm. Poten zijn lichtgrijs met een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en bleekgeel van kleur.