Kuifaalscholver

Gulosus aristotelis

Log in om deze soort toe te voegen

De Kuifaalscholver behoort tot het geslacht Gulosus binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).

Deze zeevogel broedt in losse kolonies op rotsachtige kusten en kliffen van West- en Zuid-Europa, Zuidwest-Azi� en Noord-Afrika. Ze voeden zich vooral met kleine vissen, duiken goed en houden zich dicht bij de kust. Tijdens het broedseizoen hebben ze een glanzend groene verenpracht en een opvallende kuif.

Kuifaalscholver
European Shag
Kr�henscharbe
Cormoran hupp�

Taxonomische indeling

Bird Order
Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
Bird Family
Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
Bird Genus
Gulosus

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Aalscholvers

Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
  • Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans. De kop en nek zijn egaal zwart zonder opvallende markeringen. De borst en buik zijn eveneens zwart, met een subtiele overgang naar de vleugels. De vleugeldekveren zijn diepzwart en contrasteren met de rest van het lichaam. De snavel is slank en geelachtig met een lichte kromming. De poten zijn donkergrijs met een gladde structuur. De iris is helder groen met een opvallende gele oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een meer matte uitstraling. De kop en nek zijn donkergrijs met een lichte groene tint. De borst en buik zijn donkergrijs, met een subtiele overgang naar de vleugels. De vleugeldekveren zijn donkergrijs en minder contrasterend. De snavel is slank en geelachtig, vergelijkbaar met die van de man. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De iris is groen met een minder opvallende gele oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtig verenkleed met een matte uitstraling. De kop en nek zijn lichtbruin met een vage streping. De borst en buik zijn lichtbruin met een subtiele bandering. De vleugeldekveren zijn donkerbruin en vertonen lichte slijtage. De snavel is korter en donkerder dan bij volwassenen. De poten zijn grijsbruin met een ruwe structuur. De iris is donkerbruin zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtgrijs verenkleed. De snavel is kort en geelachtig.