Vogel
Kustaalscholver
Kustaalscholver
Phalacrocorax neglectus
Log in om deze soort toe te voegenDe Kustaalscholver behoort tot het geslacht Phalacrocorax binnen de familie van Aalscholvers (Phalacrocoracidae).
Deze kustvogel leeft langs de rotsachtige westkust van Zuidwest-Afrika, van Namibi� tot de Kaapregio. Hij broedt op kleine eilandjes en voedt zich voornamelijk met kreeftachtigen en vissen uit kelpwouden. Zijn voedselzoekgedrag en nestbouw zijn aangepast aan de koude Benguelastroming, maar de soort wordt bedreigd door visserij en predatie.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
- Bird Family
- Aalscholvers (Phalacrocoracidae)
- Bird Genus
- Phalacrocorax
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Aalscholvers
Aalscholvers zijn visetende watervogels die veel tijd doorbrengen in en rond het water. In de avicultuur vragen zij om ruime waterpartijen, zitplaatsen om te drogen, en beschutte plekken om te rusten en broeden. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met ≥ 50% wateroppervlak; waterdiepte 2–3 m; droog eiland of rotsen voor rust en drogen van veren.
- Klimaat: gematigde soorten buiten bij ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij > 10 °C; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; tijdens broedseizoen extra ruimte of visuele afscheiding tussen paren.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, spiering, forel, sardine); aanvulling met vitaminen en mineralen; altijd vers drinkwater.
- Overig: schoon, doorstroomd water; stevige zitplaatsen of rotsen op verschillende hoogten; rustige omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans. De kop en nek zijn donkerder met een subtiele blauwe tint. De borst en buik zijn effen zwart zonder zichtbare markeringen. Vleugels tonen een lichte bronskleurige glans, vooral bij de dekveren. De snavel is lang en slank, met een grijze tot zwarte kleur. De poten zijn donkergrijs met een ruwe textuur. De iris is helder geel, wat contrasteert met de donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een matte zwarte kleur. De kop en nek zijn iets lichter, met een bruine ondertoon. De borst en buik vertonen soms een vage grijsachtige tint. Vleugels hebben een subtiele bronsachtige glans, maar minder uitgesproken dan bij de man. De snavel is korter en iets dikker, met een grijsbruine kleur. Poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De iris is geel, maar iets doffer dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dof bruin verenkleed met een lichte, romige onderzijde. De kop en nek zijn donkerbruin met een vage streepjespatroon. De borst en buik zijn lichter, met een grijsachtige tint. Vleugels zijn donkerbruin met een lichte bronsachtige glans. De snavel is korter en dikker, met een geelbruine kleur. Poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, wat minder opvalt dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgeel van kleur.