Vogel
Japanse alk
Japanse alk
Synthliboramphus wumizusume
Log in om deze soort toe te voegenDe Japanse alk behoort tot het geslacht Synthliboramphus binnen de familie van Alken (Alcidae).
De Japanse alk is een kleine, schaarse zeevogel die vooral broedt op rotsige eilandjes voor de kust van Japan en Zuid-Korea; buiten het broedseizoen trekt hij noordwaarts tot Hokkaido. Hij leeft in kleine kolonies langs kusten en riffen, waar hij foerageert op vis en andere zeedieren. Deze kwetsbare soort heeft een opvallende zwarte kuif in de zomer en kampt met bedreigingen als bijvangst in de visserij en predatie door invasieve soorten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Alken (Alcidae)
- Bird Genus
- Synthliboramphus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Alken
Alken – waaronder soorten als alk, zeekoet en papegaaiduiker – zijn zeevogels die uitstekend aangepast zijn aan een leven in koud water. In de avicultuur hebben zij behoefte aan ruime waterpartijen, koele temperaturen en mogelijkheden om te duiken en nestelen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; waterdiepte 2 m; rotsachtige omgeving met nestholen of nissen.
- Klimaat: koelgematigd; watertemperatuur 5–12 °C; goede ventilatie en koeling in warme periodes.
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; tijdens broed voldoende nestplaatsen in holtes of tunnels.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (sprot, haring, ansjovis, zandspiering); aanvullen met kleine schaaldieren; supplementen indien nodig.
- Water & hygiëne: schoon zwem- en drinkwater altijd beschikbaar; bassins continu filteren of regelmatig verversen; rustige omgeving met veilige rotsstructuren.
Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop met een subtiele groene glans. De nek is donkergrijs, wat contrasteert met de witte borst. De rug en vleugels zijn donkergrijs met lichte randen aan de veren. De buik is helderwit, wat een scherp contrast vormt met de donkere bovenzijde. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn blauwgrijs en hebben een stevige structuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzende kop dan de man, met een meer matte zwarte kleur. De nek is lichtgrijs en gaat geleidelijk over in de witte borst. De rug en vleugels zijn donkergrijs, maar met minder uitgesproken lichte randen. De buik is wit, maar iets minder helder dan bij de man. De snavel is zwart en iets slanker dan die van de man. De poten zijn blauwgrijs, maar iets lichter van tint. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend grijze kop en nek. De borst is lichtgrijs en gaat over in een vuilwitte buik. De rug en vleugels zijn donkergrijs met vaag zichtbare lichte randen. De snavel is donkergrijs en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn grijs met een iets zachtere structuur dan bij volwassenen. De ogen zijn donkerbruin, maar de oogring is nauwelijks zichtbaar. De algehele verschijning is minder contrastrijk dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat een uniforme kleur heeft. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.