Vogel
Kittlitz' alk
Kittlitz' alk
Brachyramphus brevirostris
Log in om deze soort toe te voegenDe Kittlitz' alk behoort tot het geslacht Brachyramphus binnen de familie van Alken (Alcidae).
Deze kleine zeevogel komt voor langs de kusten van Alaska, Siberi� en omliggende eilanden, waar hij broedt op rotsige berghellingen nabij sneeuwvelden. Hij leeft van vis en ongewervelden, duikt daarbij onder water en brengt het grootste deel van zijn tijd op zee door. Niet-koloniaal broedgedrag kenmerkt zijn ecologie.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Alken (Alcidae)
- Bird Genus
- Brachyramphus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Alken
Alken – waaronder soorten als alk, zeekoet en papegaaiduiker – zijn zeevogels die uitstekend aangepast zijn aan een leven in koud water. In de avicultuur hebben zij behoefte aan ruime waterpartijen, koele temperaturen en mogelijkheden om te duiken en nestelen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; waterdiepte 2 m; rotsachtige omgeving met nestholen of nissen.
- Klimaat: koelgematigd; watertemperatuur 5–12 °C; goede ventilatie en koeling in warme periodes.
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; tijdens broed voldoende nestplaatsen in holtes of tunnels.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (sprot, haring, ansjovis, zandspiering); aanvullen met kleine schaaldieren; supplementen indien nodig.
- Water & hygiëne: schoon zwem- en drinkwater altijd beschikbaar; bassins continu filteren of regelmatig verversen; rustige omgeving met veilige rotsstructuren.
Man:
De man heeft een donkergrijze kop met een subtiele glans. De nek is iets lichter grijs, wat contrasteert met de donkere kop. De borst en buik zijn wit met een zachte overgang naar de grijze flanken. De vleugels zijn donkergrijs met lichte randen aan de dekveren. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De ogen zijn donker met een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans op de kop. De nek is iets bleker, wat een subtiel contrast geeft met de kop. De borst en buik zijn wit, met een iets bredere grijze band op de flanken. De vleugels zijn donkergrijs met minder uitgesproken lichte randen. De snavel is kort en zwart, maar iets slanker dan die van de man. De poten zijn donkergrijs en hebben een iets ruwere textuur. De ogen zijn donker met een iets bredere lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer grijs verenkleed dan volwassenen, met een matte afwerking op de kop. De nek is lichtgrijs, zonder duidelijke contrasten met de kop. De borst en buik zijn wit, met een vage grijze schaduw op de flanken. De vleugels zijn donkergrijs met versleten lichte randen. De snavel is kort en grijszwart, met een rechte vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde structuur. De ogen zijn donker met een onopvallende lichte oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig grijs verenkleed. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.