Zwarte zeekoet

Cepphus grylle

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwarte zeekoet behoort tot het geslacht Cepphus binnen de familie van Alken (Alcidae).

Deze vogelsoort leeft voornamelijk in de noordelijke Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee, waar hij broedt op rotsige kusten en eilanden. Hij overleeft winters in deze koude wateren en komt slechts zelden in Nederland voor. Zijn voedsel bestaat uit vis en kleine zeedieren, die hij met behendige duikvluchten vangt. De jongen worden door beide ouders verzorgd tot ze zelfstandig zijn.

Zwarte zeekoet
Black Guillemot
Gryllteiste
Guillemot � miroir

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Alken (Alcidae)
Bird Genus
Cepphus

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Alken

Alken – waaronder soorten als alk, zeekoet en papegaaiduiker – zijn zeevogels die uitstekend aangepast zijn aan een leven in koud water. In de avicultuur hebben zij behoefte aan ruime waterpartijen, koele temperaturen en mogelijkheden om te duiken en nestelen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; waterdiepte 2 m; rotsachtige omgeving met nestholen of nissen.
  • Klimaat: koelgematigd; watertemperatuur 5–12 °C; goede ventilatie en koeling in warme periodes.
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; tijdens broed voldoende nestplaatsen in holtes of tunnels.
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (sprot, haring, ansjovis, zandspiering); aanvullen met kleine schaaldieren; supplementen indien nodig.
  • Water & hygiëne: schoon zwem- en drinkwater altijd beschikbaar; bassins continu filteren of regelmatig verversen; rustige omgeving met veilige rotsstructuren.
Huisvestingsrichtlijnen water diep rotsen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een lichte metaalachtige glans. De vleugels zijn zwart met een opvallende witte vleugelvlek. De kop, nek en borst zijn egaal zwart, zonder zichtbare markeringen. De buik is eveneens zwart, wat een uniform uiterlijk geeft. De snavel is recht en zwart, met een subtiele glans. De poten zijn helder rood, wat contrasteert met het donkere verenkleed. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart verenkleed als de man, maar met een iets mattere glans. De witte vleugelvlek is prominent aanwezig en goed zichtbaar in vlucht. De kop en nek zijn egaal zwart, zonder kleurverschillen. De borst en buik zijn uniform zwart, zonder vlekken of strepen. De snavel is zwart en recht, met een iets minder glanzende afwerking. De poten zijn rood, maar kunnen iets doffer zijn dan die van de man. De ogen zijn donker, met een subtiele oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een donkergrijs verenkleed met een minder uitgesproken glans dan volwassen vogels. De vleugels vertonen een minder contrasterende witte vlek, vaak met grijze randen. De kop en nek zijn donkergrijs, met een iets lichtere tint op de keel. De borst en buik zijn grijs, met een subtiele overgang naar de donkere vleugels. De snavel is korter en donkergrijs, met een matte afwerking. De poten zijn dof rood, met een minder levendige kleur dan bij volwassenen. De ogen zijn donker, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijs verenkleed dat een zachte uitstraling heeft. De snavel en poten zijn donkergrijs, passend bij het verenkleed.