Witkopkakelaar

Phoeniculus bollei

Log in om deze soort toe te voegen

De Witkopkakelaar (synoniem: Witkop boomhop of Witkop woudhop) behoort tot het geslacht Phoeniculus binnen de familie van Boomhoppen (Phoeniculidae).

Deze vogel komt voor in West- en Centraal-Afrika, waar hij leeft in savannes, droge stroomgebieden en bergbossen tot 3200 meter hoogte. Hij bewoont voornamelijk dicht bos en houtwallen, zoekt zijn voedsel in groepen en voedt zich vooral met insecten die hij onder boomschors vindt. Het is een sociale soort die jaarrond broedt in boomholtes.

Witkopkakelaar
White-headed Woodhoopoe
Wei�masken-Baumhopf
Irrisor � t�te blanche

Taxonomische indeling

Bird Order
Neushoornvogels (Bucerotiformes)
Bird Family
Boomhoppen (Phoeniculidae)
Bird Genus
Phoeniculus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Boomhoppen

Boomhoppen zijn sociale, insectenetende vogels afkomstig uit Afrika, die leven in open bosgebieden en savannes. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime volières met veel zit- en klimgelegenheden, beschutting en een warm, droog klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (8–12 m² per koppel, 2–3 m hoog) met takken, klimplanten en beschutting; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
  • Klimaat: warm en droog; temperatuur boven 18 °C; bij kou verwarming noodzakelijk; luchtvochtigheid 50–60%.
  • Sociaal: leven in kleine familiegroepen; groepshuisvesting mogelijk bij voldoende ruimte; koppels apart tijdens broedperiode.
  • Voeding: insectenrijk dieet (meelwormen, krekels, sprinkhanen, larven); aanvullen met fruit (bessen, banaan, appel); vers drink- en badwater.
  • Overig: zand- of aarde­bodem voor natuurlijk foerageren; veilige nestkasten of holtes; rustige omgeving met natuurlijke inrichting.
Huisvestingsrichtlijnen Boomhoppen

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans. De kop en nek zijn iets donkerder dan de rest van het lichaam. De vleugels vertonen een subtiele blauwe glans, vooral bij zonlicht. De staart is lang en trapvormig met een lichte purperen tint. De snavel is lang, gebogen en zwart van kleur. De poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De groene metaalachtige tint is minder uitgesproken, vooral op de vleugels. De staart is iets korter en minder trapvormig dan bij de man. De snavel is eveneens lang en gebogen, maar iets lichter van kleur. De poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De iris is donkerbruin, met een subtiele lichtere oogring. De kop en nek zijn iets minder donker dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint in plaats van zwart. De groene glans ontbreekt, waardoor ze minder opvallend zijn. De vleugels en staart zijn korter en minder glanzend dan bij volwassenen. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak met een geelachtige basis. De poten zijn lichter grijs en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring. De kop en nek zijn uniform van kleur met de rest van het lichaam.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsbruin dons. De snavel is kort en geelachtig van kleur.