Kleine fregatvogel

Fregata ariel

Log in om deze soort toe te voegen

De Kleine fregatvogel behoort tot het geslacht Fregata binnen de familie van Fregatvogels (Fregatidae).

Deze vogel komt voor in tropische en subtropische wateren van de Indische en Grote Oceaan en aan de Atlantische kust van Brazili�. Hij broedt op afgelegen eilanden, vaak in mangroven of lage struiken. De vogel leeft pelagisch, jaagt vliegende vissen en is bekend om gedrag als voedselroven van andere zeevogels.

Kleine fregatvogel
Lesser Frigatebird
Arielfregattvogel
Fr�gate ariel

Taxonomische indeling

Bird Order
Slangenhalsvogels, Fregatvogels, Aalscholvers en Janvangenten (Suliformes)
Bird Family
Fregatvogels (Fregatidae)
Bird Genus
Fregata

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Fregatvogels

Fregatvogels zijn grote zeevogels met lange vleugels, een gevorkte staart en een buitengewoon vermogen om te zweven. Ze brengen het grootste deel van hun leven vliegend door boven tropische oceanen. In de avicultuur vragen zij om zeer ruime, hoge volières, veel luchtcirculatie en beschutte zitplaatsen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: zeer ruime volière of vliegkooi (≥ 100 m², 8–10 m hoog) met droge lucht en goede ventilatie; lange zitstangen of touwen op verschillende hoogten; geen zwemwater nodig, wel ondiepe bad- en drinkbakken.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C; droog en tochtvrij verblijf met luchtvochtigheid 50–60%; verwarmd binnenverblijf in koelere klimaten.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting mogelijk met voldoende ruimte; tijdens broedperiode aparte nestplekken of platformen op hoogte.
  • Voeding: vis (sprot, haring, sardine) en weekdieren; aanvullen met vitamines en mineralen bij diepvriesvoer; voeren op droge platformen; altijd vers drinkwater.
  • Overig: zeer grote vleugelspanwijdte vereist obstakelvrije ruimte; scherpe randen vermijden; veilige toegangspunten voor verzorgers voorzien.
Huisvestingsrichtlijnen-Fregatvogels

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans op de borst. De vleugels zijn lang en smal, met een diep gevorkte staart. De kop en nek zijn eveneens zwart, zonder opvallende markeringen. De snavel is grijs met een haakvormige punt, zonder was. De poten zijn donkergrijs en slank, met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. Tijdens het broedseizoen ontwikkelt de man een felrode keelzak.

Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend zwart verenkleed met een witte borst en buik. De vleugels zijn lang en smal, met een minder diepe vork in de staart dan de man. De kop is zwart, terwijl de nek een witte kraag heeft. De snavel is grijs en iets langer dan die van de man. De poten zijn donkergrijs, met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele oogring. De witte borst contrasteert sterk met de zwarte kop en vleugels.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruin verenkleed met een lichtere kop en nek. De vleugels zijn lang en smal, met een minder uitgesproken vork in de staart. De borst en buik zijn wit, met een geleidelijke overgang naar het bruine lichaam. De snavel is lichtgrijs en recht, zonder haakvormige punt. De poten zijn lichtgrijs en slank, met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze een donkerder verenkleed.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een witte donslaag en hebben een roze snavel. De poten zijn lichtgrijs en glad.