Kleine fuutkoet

Heliornis fulica

Log in om deze soort toe te voegen

De Kleine fuutkoet behoort tot het geslacht Heliornis binnen de familie van Fuutkoeten (Heliornithidae).

Deze slanke, weinig opvallende watervogel leeft in de vochtige laaglanden van Midden- en Zuid-Amerika, van Mexico tot Brazili�. Hij geeft de voorkeur aan dichtbegroeide, langzaam stromende rivieren, beken en moerassen met veel overhangende vegetatie. Zijn voeten hebben lobben, waardoor hij uitstekend kan zwemmen en duiken. Het meest opvallende is dat het mannetje een huidplooi onder zijn vleugel heeft waarin hij de jongen meedraagt, een unieke eigenschap onder vogels. De soort is verlegen en leeft verborgen tussen waterplanten, waar hij zich voedt met kleine waterdieren.

Kleine fuutkoet
Sungrebe
Zwergbinsenralle
Gr�bifoulque d'Am�rique

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Fuutkoeten (Heliornithidae)
Bird Genus
Heliornis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Fuutkoeten

Fuutkoeten zijn geheimzinnige, tropische watervogels die in dichtbegroeide oevers en langzaam stromende rivieren leven. Ze combineren zwem-, duik- en klimgedrag en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante verblijven met beschutte waterpartijen en een warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim verblijf met wateroppervlak (40–60 m² per paar, 1–2 m diep); dichte oeverbegroeiing met riet, bamboe of struiken; landgedeelte 10–15 m² met klimmogelijkheden; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
  • Klimaat: tropisch; temperatuur boven 20 °C; verwarmd binnenverblijf met water in koudere klimaten; luchtvochtigheid 60–80%; halfschaduwrijke, beschutte omgeving.
  • Sociaal: leven in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal, dus koppels afzonderlijk houden; rustige, prikkelarme omgeving.
  • Voeding: vis, garnalen, insectenlarven en watervogelpellets; aanvullen met mosselen, kikkervisjes of kleine kreeftachtigen; in kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit met filtering of verversing; schaduwrijke vegetatie en drijvende planten stimuleren natuurlijk gedrag; verblijf op rustige locatie.
Huisvestingsrichtlijnen-fuutkoeten.

Man:
De man heeft een opvallend glanzend zwart verenkleed op de kop en nek. De borst en buik zijn lichtgrijs met een subtiele zilveren glans. Vleugels tonen een contrasterende mix van zwart en wit, met scherpe randen. De rug is donkerder, met een matzwarte tint. De snavel is slank en geel, met een lichte kromming aan het uiteinde. Poten zijn lang en groenachtig, met een fijne schubstructuur. De iris is helder rood, wat een scherp contrast biedt met de donkere kop.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een meer matte afwerking. Haar kop en nek zijn donkergrijs, met een subtiele bruine tint. De borst en buik zijn lichter, met een zachte cr�mekleurige ondertoon. Vleugels zijn donkergrijs met witte accenten, minder contrasterend dan bij de man. De snavel is korter en iets dikker, met een blekere gele kleur. Poten zijn grijsgroen, met een vergelijkbare schubstructuur als de man. De iris is donkerbruin, wat minder opvalt tegen de kopkleur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed, met lichtere vlekken op de borst en buik. De kop is donkerbruin, met een vage streep over de ogen. Vleugels zijn bruin met lichtere randen, wat een versleten indruk geeft. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming. Poten zijn bleekgroen, met een gladde textuur. De iris is grijsbruin, wat goed past bij de algehele kopkleur. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze meer contrast in hun verenkleed.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtbruin verenkleed. Hun snavel en poten zijn bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld.