Griel

Burhinus oedicnemus

Log in om deze soort toe te voegen

De Griel (synoniem: Europese griel) behoort tot het geslacht Burhinus binnen de familie van Grielen (Burhinidae).

Deze middelgrote vogel leeft vooral in droge, open gebieden zoals steppen, akkers en duinen rondom het Middellandse Zeegebied. Hij is nachtdier en voedt zich met insecten, slakken en kleine dieren. Door zijn schutkleur en stille gedrag valt hij nauwelijks op en bij verstoring drukt hij zich tegen de grond.

Griel
Eurasian Thick-knee
Triel
Oedicn�me criard

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Grielen (Burhinidae)
Bird Genus
Burhinus

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Grielen

Grielen zijn middelgrote, nachtactieve steltlopers die leven in droge, open landschappen met zandige bodems en lage vegetatie. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime, overzichtelijke verblijven met droog substraat, beschutting en een rustige omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: Ruim, droog buitenverblijf met zand- of grindbodem (30–40 m² per paar); enkele lage grassen, kruiden en stenen als dekking; open terrein met goed zicht; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog, tochtvrij en warmer dan 10 °C.
  • Klimaat: Afkomstig uit warme, droge gebieden; temperatuur boven 10 °C; bij < 5 °C verwarmd binnenhok (10–15 °C); lage luchtvochtigheid en goede ventilatie; bescherming tegen regen en koude.
  • Sociaal: Te houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal — daarom per koppel afzonderlijk; rustige, prikkelarme omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding:  Insectenrijk dieet met krekels, meelwormen, sprinkhanen en kevers; aanvullen met zachtvoer of universeelvoer en af en toe zaden of bessen; tijdens broedperiode extra dierlijk eiwit; altijd vers drinkwater in lage bak.
  • Overig:  Droge, goed drainerende bodem; dagelijks reinigen van voer- en drinkbakken; open zandzones voor nestkuiltjes; kuikens zijn nestvlieders; rustige ligging aanbevolen — nachtelijke roep kan luid zijn.
Huisvestingsrichtlijnen Grielen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een zandkleurig verenkleed met donkere strepen op de rug en vleugels. De kop is lichtbruin met een opvallende donkere oogstreep. De borst is lichter van kleur, met subtiele streepjes die naar de buik toe vervagen. De vleugels hebben een contrasterende witte band die zichtbaar is tijdens de vlucht. De snavel is geel met een zwarte punt, en de iris is geel. De poten zijn lang en geelachtig, met een robuuste structuur.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft iets minder uitgesproken strepen op de rug. Haar verenkleed is over het algemeen iets doffer van tint. De oogstreep is minder contrasterend, maar nog steeds duidelijk zichtbaar. De borst en buik zijn gelijkmatig lichtbruin, zonder opvallende markeringen. De snavel en poten zijn identiek aan die van de man. De iris is eveneens geel, met een subtiele oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bleker verenkleed met minder duidelijke strepen en vlekken. De kop is minder contrastrijk, met een vaag zichtbare oogstreep. De borst en buik zijn lichtbruin met een vage streping. De vleugels tonen een minder uitgesproken witte band. De snavel is korter en minder felgekleurd dan bij volwassenen. De poten zijn bleker en minder robuust. De iris is donkerder, met een minder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtbruin is met donkere vlekken. Hun poten zijn kort en bleekgeel, met een zachte structuur.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 259
  • Tijdschrift 239
  • Tijdschrift 190