Vogel
Watergriel
Watergriel
Burhinus vermiculatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Watergriel (synoniem: Waterdikkop) behoort tot het geslacht Burhinus binnen de familie van Grielen (Burhinidae).
Deze opvallende vogel komt wijdverspreid voor in het sub-Saharaanse Afrika, vooral langs oevers van meren, rivieren, estuaria en mangroven, maar ook op beschutte stranden. Hij is sterk gebonden aan water en zoekt overdag beschutting in struiken of bosranden. De vogel is voornamelijk nachtactief en voedt zich met kleine vis, kreeftjes, insecten en andere ongewervelden, die hij met zijn sterke snavel uit modder of zand haalt. Kenmerkend is zijn robuuste bouw, grote ogen en zijn voorkeur voor open, zanderige of modderige oeverzones.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Grielen (Burhinidae)
- Bird Genus
- Burhinus
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Grielen
Grielen zijn middelgrote, nachtactieve steltlopers die leven in droge, open landschappen met zandige bodems en lage vegetatie. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime, overzichtelijke verblijven met droog substraat, beschutting en een rustige omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: Ruim, droog buitenverblijf met zand- of grindbodem (30–40 m² per paar); enkele lage grassen, kruiden en stenen als dekking; open terrein met goed zicht; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog, tochtvrij en warmer dan 10 °C.
- Klimaat: Afkomstig uit warme, droge gebieden; temperatuur boven 10 °C; bij < 5 °C verwarmd binnenhok (10–15 °C); lage luchtvochtigheid en goede ventilatie; bescherming tegen regen en koude.
- Sociaal: Te houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal — daarom per koppel afzonderlijk; rustige, prikkelarme omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: Insectenrijk dieet met krekels, meelwormen, sprinkhanen en kevers; aanvullen met zachtvoer of universeelvoer en af en toe zaden of bessen; tijdens broedperiode extra dierlijk eiwit; altijd vers drinkwater in lage bak.
- Overig: Droge, goed drainerende bodem; dagelijks reinigen van voer- en drinkbakken; open zandzones voor nestkuiltjes; kuikens zijn nestvlieders; rustige ligging aanbevolen — nachtelijke roep kan luid zijn.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met fijne, donkere vermiculaties. De kop is lichtbruin met een opvallende donkere oogstreep. De nek en borst zijn iets lichter van kleur, met subtiele streping. De vleugels tonen een contrasterend patroon van donkere en lichte banden. De snavel is stevig en geel met een donkere punt. De poten zijn lang en geelachtig van kleur. De iris is geel, omgeven door een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft iets minder uitgesproken vermiculaties. Haar kop heeft dezelfde donkere oogstreep, maar de kleuren zijn iets zachter. De borst en buik zijn lichtbruin met fijne streping. De vleugels vertonen een vergelijkbaar patroon van banden, maar met minder contrast. De snavel is eveneens geel met een donkere punt, maar iets slanker. De poten zijn lang en geel, net als bij de man. De iris is geel, met een subtiele donkere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder uitgesproken vermiculaties dan volwassenen. De kop is lichtbruin met een minder duidelijke oogstreep. De borst en buik zijn vaalbruin met vage streping. De vleugels hebben een minder contrasterend patroon van banden. De snavel is geelachtig, maar korter en minder stevig. De poten zijn bleekgeel en iets korter dan bij volwassenen. De iris is lichtgeel, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtbruin van kleur is. Ze hebben een opvallend donkere oogstreep en een korte, gele snavel.