Vogel
Koerol
Koerol
Leptosomus discolor
Log in om deze soort toe te voegenDe Koerol behoort tot het geslacht Leptosomus binnen de familie van Koerlan (Leptosomidae).
Deze middelgrote vogel komt voor in de bossen en wouden van Madagaskar en de Comoren. Mannetjes en vrouwtjes verschillen sterk in kleur; het mannetje is vooral iriserend groen met grijze onderzijde, het vrouwtje bruin en gespikkeld. Ze jagen op insecten en kleine dieren vanuit een schuilplaats en vertonen een verdedigend territoriumgedrag.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Koerol (Leptosomiformes)
- Bird Family
- Koerol (Leptosomidae)
- Bird Genus
- Leptosomus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Koerol
De Koerol is een tropische vogel uit Madagaskar, herkenbaar aan zijn langgerekte lichaam en metaalglanzende veren. Hij leeft in beboste gebieden en voedt zich met insecten en fruit. In de avicultuur vraagt de Koerol om hoge, dichtbeplante verblijven met een warm, vochtig klimaat en voldoende rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: dichtbeplant buitenverblijf met hoogte van 3–4 m (30–40 m² per koppel); hoge zitplaatsen en schuilzones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch; temperatuur 22–30 °C; bij < 18 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 70–90%; bescherming tegen tocht en zon.
- Sociaal: te houden per koppel; vreedzaam buiten broedseizoen; rustige omgeving met veel beschutting bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: insecten, kleine prooien en fruit; insectenvoer, meelwormen, krekels en zacht fruit; aanvullen met universeelvoer; vers drinkwater altijd aanwezig.
- Overig: nestkast op hoogte (2–3 m); boomstammen en hoge zitplekken essentieel; dagelijkse hygiëne en ventilatie belangrijk bij hoge luchtvochtigheid.
Man:
De man heeft een opvallend iriserend verenkleed met een groenblauwe glans op de kop en nek. De borst en buik zijn donkergrijs met een subtiele metaalachtige glans. Vleugels en rug tonen een diepere blauwgroene tint met lichte randen. De staart is lang en heeft een blauwzwarte kleur met een lichte glans. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn omringd door een dunne, lichtgrijze oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed met een overwegend bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn lichter bruin met fijne, donkere vlekken. Vleugels en rug zijn donkerbruin met een subtiele, lichte bandering. De staart is korter dan die van de man en heeft een bruine kleur met lichte randen. De snavel is slanker en donkergrijs, met een rechte vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn omringd door een dunne, bruine oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend grijsbruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn lichtbruin met onregelmatige, donkere vlekken. Vleugels en rug zijn grijsbruin met een lichte, onopvallende bandering. De staart is kort en grijsbruin met lichte randen. De snavel is korter en donkergrijs, met een rechte vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn omringd door een dunne, grijze oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtgrijs verenkleed zonder duidelijke tekening. De snavel is kort en lichtgrijs.