Vogel
Wotkopmuisvogel
Wotkopmuisvogel
Colius leucocephalus
Log in om deze soort toe te voegenDe Wotkopmuisvogel behoort tot het geslacht Colius binnen de familie van Muisvogels (Coliidae).
Deze vogel komt uitsluitend voor in Oost-Afrika, van zuidelijk Somali� via Kenia tot zuidelijk Ethiopi� en noordelijk Tanzania. Hij leeft vooral in droge, doornige struikgewassen tot op 1400 meter hoogte. De vogel is grijzig van kleur met een opvallende witte kop en een lang, gebogen staart. Hij is sociaal en trekt vaak in kleine groepen door de struiken, waar hij zich voedt met vruchten, bladeren en zaadjes. Zijn karakteristieke roep is een krassend gekwetter.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Muisvogels (Coliiformes)
- Bird Family
- Muisvogels (Coliidae)
- Bird Genus
- Colius
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Muisvogels
Muisvogels zijn sociale, acrobatische fruiteters uit Afrika die zich graag in groepjes voortbewegen. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime, goed beplante volières met veel klimmogelijkheden en een warm, droog klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per groep van 4–6 vogels, 2,5–3 m hoog) met dichte beplanting, veel horizontale en diagonale takken om te klimmen en open zones om te vliegen; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: tropisch; temperatuur boven 20 °C, kortdurend tot 15 °C bij droogte; luchtvochtigheid 50–60%; goede ventilatie, vermijden van vocht.
- Sociaal: groepsdieren; altijd in groepen houden; binnen de groep koppels tijdens broedseizoen – voldoende ruimte en nestmogelijkheden bieden.
- Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, peer, vijg, bessen) en bladgroen; incidenteel insecten (meelwormen, fruitvliegen); altijd vers drink- en badwater.
- Overig: daglichttoegang of kunstlicht met natuurlijke cyclus; nesten aanbieden als open mandjes of takbundels; rustige omgeving en variatie in inrichting bevorderen welzijn.
Man:
De man heeft een opvallend witachtige kop met een subtiele grijze tint. Zijn nek en borst zijn lichtgrijs, wat contrasteert met de donkerdere vleugels. De vleugels hebben een glanzende afwerking met fijne zwarte randen. De buik is lichter van kleur, bijna cr�mekleurig, en loopt geleidelijk over in de grijze flanken. De snavel is kort en stevig, met een donkere kleur die bijna zwart lijkt. De poten zijn grijs met een licht ruwe textuur. De iris is helder met een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met subtielere tinten. Haar kop is minder wit en neigt meer naar lichtgrijs. De borst en nek zijn egaal grijs zonder de glans die bij de man te zien is. De vleugels zijn donkergrijs met een matte afwerking en minder uitgesproken randen. De buik is iets donkerder dan bij de man, met een zachte grijze tint. De snavel is iets lichter van kleur, met een grijsachtige tint. De poten zijn vergelijkbaar in kleur, maar iets fijner van structuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijs verenkleed met een doffe uitstraling. De kop is minder contrasterend en heeft een uniforme grijze kleur. De borst en buik zijn lichtgrijs, zonder de duidelijke scheiding die bij volwassenen te zien is. De vleugels zijn donkerder, maar missen de glans en duidelijke randen van volwassen vogels. De snavel is lichter en heeft een meer geelachtige tint. De poten zijn bleekgrijs en gladder dan bij volwassenen. De iris is donkerder, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. Hun snavel is zacht en lichtgeel van kleur.