Darwins Nandoe

Rhea pennata

Log in om deze soort toe te voegen

De Darwins Nandoe (synoniem: Argentijnse kleine nandoe) behoort tot het geslacht Rhea binnen de familie van Muisvogels (Rheidae).

Deze grote, vleugelloze vogel komt uitsluitend voor in Zuid-Amerika, vooral in de open graslanden, struikgewassen en op de hoogvlakten van Patagonië en de Andes. Hij leeft in aride gebieden, maar zoekt tijdens het broedseizoen vaak waterpartijen op. De vogel is snel en wendbaar, waardoor hij gemakkelijk aan roofdieren kan ontsnappen. Hij is polygaam: mannetjes verzorgen de eieren en jongen, terwijl vrouwtjes meerdere partners kunnen hebben. De jongen worden na ongeveer 36 uur geboren en bereiken snel volwassen formaat, maar pas na twee jaar zijn ze geslachtsrijp.

Darwins Nandoe
Lesser Rhea
Darwinnandu
Nandou de Darwin

Taxonomische indeling

Bird Order
Nandoes (Rheiformes)
Bird Family
Nandoes (Rheidae)
Bird Genus
Rhea

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Nandoes

Nandoes zijn grote, loopvogels afkomstig uit de open graslanden van Zuid-Amerika. Ze zijn sociaal, robuust en gewend aan een gematigd klimaat. In de avicultuur vragen ze om ruime buitenverblijven met open terrein, beschutting en veilige afrastering. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (400–600 m² per koppel) met stevige, gladde afrastering (1,8–2 m hoog); gras- of zandbodem met schaduw van struiken of bomen; droog nachtverblijf ± 15–20 m² per dier; goed gedraineerde bodem.
  • Klimaat: winterhard; jaarrond buiten met beschutting; bij strenge vorst of regen droog, tochtvrij onderkomen; jonge dieren boven 10 °C houden.
  • Sociaal: leven in groepen of harems (1 haan met meerdere hennen); hanen tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte voorkomt conflicten; jonge dieren groepsgewijs houden.
  • Voeding: ratietenvoer of mengsel van granen, gras, bladeren en groenten; aanvullen met groenvoer en fruit; tijdens kweek extra eiwitten en mineralen; altijd vers water in stevige lage bakken.
  • Overig: gras kort houden en giftige planten verwijderen; geen scherpe delen in verblijf; stevige afrastering voorkomt ontsnapping en beschermt tegen roofdieren.
Huisvestingsrichtlijnen nandoes

Man:
De mannelijke vogel heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een lichte, zilverachtige glans. De nek en kop zijn iets donkerder, met een subtiele overgang naar de lichtere borst. De vleugels vertonen een fijne, witte bandering die contrasteert met de rest van het lichaam. De veren op de rug zijn vaak iets versleten, met een doffere uitstraling. De snavel is kort en grijs, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn stevig en grijs, met een ruwe textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.

Vrouw:
Vrouwelijke vogels hebben een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets mattere tint. De kop en nek zijn minder contrasterend, met een gelijkmatigere kleurovergang naar de borst. De vleugels hebben een subtiele, witte bandering die minder uitgesproken is dan bij de man. De snavel is slanker en iets lichter van kleur, met een minder opvallende was. De poten zijn dunner en lichter grijs, met een fijnere structuur. De ogen hebben een iets lichtere iris, met een subtiele oogring. Het verenkleed is over het algemeen egaler en minder versleten.

Juveniel:
Juveniele vogels hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage, witte stippenpatroon. De kop en nek zijn donkerder, met een geleidelijke overgang naar de lichtere borst. De vleugels vertonen een onregelmatige bandering die minder duidelijk is dan bij volwassen vogels. De snavel is kort en bleek, met een nauwelijks zichtbare was. De poten zijn dun en lichtgrijs, met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris zonder opvallende oogring. Het verenkleed is zachter en minder glanzend dan bij volwassenen.

Kuiken:
Kuikens hebben een donzig, lichtbruin verenkleed met een subtiele, witte streep op de rug. De poten zijn kort en lichtgrijs, met een zachte textuur.