Vogel
Reinwardts langstaartduif
Reinwardts langstaartduif
Reinwardtoena reinwardti
Log in om deze soort toe te voegenDe Reinwardts langstaartduif behoort tot het geslacht Reinwardtoena uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze grote duif komt voor op de Molukken en Nieuw-Guinea en leeft vooral in dichtbeboste gebieden. Hij heeft een opvallend lange, trapvormige staart en voedt zich voornamelijk met vruchten. Zijn rustige gedrag maakt hem moeilijk op te merken in het wild.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Reinwardtoena
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een forse duif van circa 40-45 cm lengte met een opvallend langwerpige staart. Het verenkleed is overwegend donker kastanjebruin tot roestbruin, met op de kop en nek een lichtere, grijzige zweem. De vleugels zijn diep kastanjebruin, de slagpennen donkerbruin tot zwartachtig. De lange, trapsgewijze staart is donkerbruin met een lichtere bruine tot grijze bovenzijde, waardoor de vogel in vlucht slanker oogt. De snavel is relatief dun, zwart tot donkergrijs; de poten zijn roodachtig en de iris oranjerood, vaak contrasterend met de donkerbruine kop.
Vrouw:
Het vrouwtje is vergelijkbaar in grootte maar heeft een iets matter en uniformer bruin verenkleed. De grijzige tint op kop en nek is minder uitgesproken, waardoor ze minder contrasterend oogt. De staart is even lang en kenmerkend, maar oogt vaak donkerder. Snavel, poten en iris zijn van dezelfde kleur als bij het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn gelijkmatig donkerbruin met een iets roestige glans op rug en vleugels. De lange staart is reeds aanwezig maar mist de subtiele kleurschakeringen van volwassen vogels. De snavel is donkergrijs, de poten dof rood tot bruinrood en de iris bruin. Naarmate ze ouder worden, krijgt het verenkleed meer contrast tussen kop, nek en lichaam.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met dicht, donkerbruin dons, met een lichtere, grijsbruine onderzijde. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. De lange staart, kenmerkend voor de soort, ontwikkelt zich pas na het uitvliegen.