Vogel
Kalkoenparelhoen
Kalkoenparelhoen
Agelastes meleagrides
Log in om deze soort toe te voegenDe Kalkoenparelhoen (synoniem: Witborstparelhoen) behoort tot het geslacht Agelastes binnen de familie van Parelhoenders (Numididae).
Deze vogel komt voor in subtropische bossen van West-Afrika, met name in landen als Ivoorkust, Ghana, Guinee, Liberia en Sierra Leone. Hij leeft voornamelijk op de grond en is goed aangepast aan een terrestrisch bestaan. Zijn dieet bestaat grotendeels uit zaden, bessen, termieten en kleine dieren. De vogel is niet trekkend en blijft het hele jaar in zijn leefgebied. Door habitatverlies en jacht staat hij op de Rode Lijst als kwetsbaar.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Parelhoenders (Numididae)
- Bird Genus
- Agelastes
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Parelhoenders
Parelhoenders zijn sociale, grondbewonende vogels afkomstig uit Afrika. Ze worden in de avicultuur vaak gehouden om hun decoratieve waarde en levendige gedrag. Ze vragen om ruime, veilige buitenverblijven met schuilmogelijkheden en een droge, stevige bodem. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (aanbevolen: ca. 10–15 m² per groep van 4–5 vogels, 2 m hoog); gras-, zand- of aardebodem met beschutte plekken en struiken; nachtstal met zitstokken.
- Klimaat: goed koudetolerant; bij vorst droog, tochtvrij binnenverblijf boven ca. 5 °C; voldoende ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: groepsdieren; houden in groepen van minstens 4–6 vogels; tijdens broedseizoen voldoende ruimte om hanenconflicten te vermijden.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met granen en groenvoer; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen); altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; geen ingrepen zoals snavel- of vleugelverkorting; lage afrastering of afdekking bij vliegende rassen.
Man:
De man heeft een overwegend zwart verenkleed met een subtiele groene glans. De kop is kaal en donkergrijs, wat contrasteert met de glanzende veren van de nek. De borst en buik zijn diepzwart zonder zichtbare markeringen. De vleugels tonen een lichte blauwachtige tint, vooral bij de dekveren. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur. De ogen zijn donkerbruin met een onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffer zwart verenkleed met minder glans dan de man. De kop is eveneens kaal, maar iets lichter van kleur. De nekveren zijn matzwart en lopen door naar de borst. De buik is egaal zwart zonder opvallende patronen. De vleugels hebben een subtiele bruine tint, vooral zichtbaar bij de randen. De snavel is slanker en iets lichter van kleur dan bij de man. De poten zijn donkergrijs en iets fijner gebouwd.
Juveniel:
Juvenielen hebben een donkerbruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop is bedekt met fijne, korte veertjes die een grijsbruine kleur hebben. De nek en borst zijn donkerbruin met een lichte schubachtige tekening. De buik is iets lichter van kleur, met een vage streepjespatroon. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte rand aan de dekveren. De snavel is korter en grijsbruin van kleur. De poten zijn lichtgrijs en slanker dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtbruin van kleur is. De snavel is klein en geelachtig.