Vogel
Reuzenmuskaatduif
Reuzenmuskaatduif
Ducula goliath
Log in om deze soort toe te voegenDe Reuzenmuskaatduif behoort tot het geslacht Ducula uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze reusachtige duif is endemisch in Nieuw-Caledonië, waar hij voorkomt in vochtige primair bossen tot 1500 meter hoogte. Hij leeft meestal alleen of in paren en voedt zich met vruchten, bladeren en bloemen. Het dier is actief in de vroege ochtend wanneer het zich opwarmt op een tak. Het broedseizoen loopt van juni tot december.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Ducula
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is de grootste duivensoort ter wereld, met een lengte van circa 50-55 cm. Het verenkleed is robuust en contrastrijk: de kop, nek en borst zijn lichtgrijs tot zilvergrijs, vaak met een subtiele blauwachtige zweem. De rug, vleugeldekveren en flanken zijn diep kastanjebruin tot chocoladebruin, terwijl de buik en onderstaartdekveren donkerder grijsbruin tot zwartachtig zijn. De vleugels zijn krachtig, met donkerbruine slagpennen die bij vlucht breed en afgerond ogen. De staart is breed en middengrijs met een donkere eindband. De snavel is stevig en zwartgrijs, de poten zijn vleeskleurig tot donkerrood en de iris is oranjerood tot karmijn, omlijst door een onopvallende grijze oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel gelijk aan het mannetje en daardoor moeilijk te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en heeft vaak een iets matter kastanjebruin verenkleed. De snavel, poten en iris zijn identiek, maar de iris kan bij sommige vrouwtjes donkerder rood tot roodbruin tonen.
Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend donkerbruin, zonder de uitgesproken contrasten van volwassen vogels. De borst en kop zijn bruingrijs in plaats van lichtgrijs, en de kastanjebruine bovenzijde is minder glanzend. De vleugelveren hebben vaak lichtere randen, waardoor een geschubd patroon zichtbaar wordt. De snavel is donkergrijs, de poten dof roodbruin en de iris donkerbruin. Pas na de eerste volledige rui verschijnt de contrastrijke tekening van de volwassen vogels.
Kuiken:
De kuikens zijn groot en bedekt met dicht, donkerbruin dons. De onderzijde is iets lichter bruin tot crèmeachtig. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. De forse lichaamsbouw en brede kop zijn al vanaf jonge leeftijd duidelijk zichtbaar, maar het volwassen kleurpatroon verschijnt pas maanden na het uitvliegen.