Peruaanse Pelikaan

Pelecanus thagus

Log in om deze soort toe te voegen

De Peruaanse Pelikaan (synoniem: Peruviaanse bruine pelikaan) behoort tot het geslacht Pelecanus binnen de familie van Pelikanen (Pelecanidae).

Deze pelikaansoort komt uitsluitend voor langs de westkust van Zuid-Amerika, van centraal Chili tot noordelijk Peru, en trekt soms verder naar het zuiden en noorden. Hij leeft vooral in kustgebieden met koude wateren, zoals die van de Humboldtstroom, en broedt in grote kolonies op rotskusten. De vogel voedt zich met kleine schoolvissen in ondiepe wateren vlakbij de kust. Tijdens het broedseizoen legt hij meestal twee tot drie eieren, die ongeveer vier tot vijf weken worden bebroed. De jongen worden ruim drie maanden verzorgd voordat ze zelfstandig zijn.

Peruaanse Pelikaan
Peruvian Pelican
Chilepelikan
P�lican thage

Taxonomische indeling

Bird Order
Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
Bird Family
Pelikanen (Pelecanidae)
Bird Genus
Pelecanus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Pelikanen

Pelikanen zijn grote, sociale watervogels die leven in kolonies langs kustgebieden, meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om ruime waterpartijen, veilige rustplaatsen en een evenwichtige voeding. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met open water (≥ 200 m² per 4–6 vogels, 1,5–3 m diep); brede zand- of grasoevers voor rust en broed; eilandjes of drijvende platforms als veilige rustplaatsen; binnenverblijf ± 10 m² per vogel bij kou of regen.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; beschutting tegen kou, wind en regen noodzakelijk.
  • Sociaal: kolonievogels; altijd in groepen houden; tijdens broedperiode extra ruimte voorkomt agressie; vreedzaam met andere watervogels bij voldoende ruimte.
  • Voeding: vis (sprot, haring, forel, karper), vers of ontdooid; aanvullen met vitaminen (A, D, E) en mineralen bij diepvriesvoer; tijdens kweek extra calcium en dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit via filtratie of doorstroming; zachte bodem voorkomt voetzoolproblemen; rustige, natuurlijke omgeving met variatie in terrein bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Pelikanen

Man:
De man heeft een overwegend grijs verenkleed met een lichte zilverachtige glans. De kop is wit met een duidelijke zwarte streep die van de snavelbasis naar de nek loopt. De borst is donkerder grijs, wat contrasteert met de lichtere buik. De vleugels zijn donkergrijs met lichtere randen, wat een subtiel patroon cre�ert. De snavel is lang en geel met een rode tint aan de basis. De poten zijn grijs met een lichtblauwe tint. De iris is lichtgeel, omringd door een smalle, donkere oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar grijs verenkleed als de man, maar met een matte afwerking. De kop is minder contrastrijk, met een subtiele grijze streep langs de nek. De borst en buik zijn uniform grijs zonder duidelijke scheiding. De vleugels hebben een iets lichtere grijstint met versleten randen. De snavel is geel, maar mist de rode tint van de man. De poten zijn grijs met een iets groenere tint. De iris is lichtbruin, met een onopvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop is egaal bruin zonder duidelijke strepen of markeringen. De borst en buik zijn lichter bruin, wat een subtiel contrast biedt. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, die na verloop van tijd verslijten. De snavel is korter en grijs met een gele tint aan de punt. De poten zijn donkergrijs met een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, wit dons dat na enkele weken bruin wordt. De snavel is kort en grijs, met een gele basis.