Vogel
Roze pelikaan
Roze pelikaan
Pelecanus onocrotalus
Log in om deze soort toe te voegenDe Roze pelikaan (synoniem: Witte pelikaan) behoort tot het geslacht Pelecanus binnen de familie van Pelikanen (Pelecanidae).
Deze imposante vogel komt voor in grote delen van Zuidoost-Europa, Afrika, West- en Centraal-Azië tot Noord-India. Hij leeft vooral in meren, rivierdelta's, moerassen en baaien, zowel in zoet- als zoutwater. De vogel vist voornamelijk in ondiepe wateren en zoekt voor het broeden vaak rietkragen of lage eilandjes op. Hij broedt in kolonies en bouwt zijn nest op de grond, waarbij het vrouwtje het nest materiaal van het mannetje ontvangt. De vogel is sociaal en trekt in grote groepen, met Europese populaties die in het voorjaar terugkeren van hun overwinteringsgebieden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Pelikanen, Reigerachtigen, Ibissen en Lepelaars (Pelecaniformes)
- Bird Family
- Pelikanen (Pelecanidae)
- Bird Genus
- Pelecanus
Ringmaat
Man 24.0 mm Vrouw 24.0 mmWelzijnsadviezen
Pelikanen
Pelikanen zijn grote, sociale watervogels die leven in kolonies langs kustgebieden, meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om ruime waterpartijen, veilige rustplaatsen en een evenwichtige voeding. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met open water (≥ 200 m² per 4–6 vogels, 1,5–3 m diep); brede zand- of grasoevers voor rust en broed; eilandjes of drijvende platforms als veilige rustplaatsen; binnenverblijf ± 10 m² per vogel bij kou of regen.
- Klimaat: gematigde soorten buiten op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; beschutting tegen kou, wind en regen noodzakelijk.
- Sociaal: kolonievogels; altijd in groepen houden; tijdens broedperiode extra ruimte voorkomt agressie; vreedzaam met andere watervogels bij voldoende ruimte.
- Voeding: vis (sprot, haring, forel, karper), vers of ontdooid; aanvullen met vitaminen (A, D, E) en mineralen bij diepvriesvoer; tijdens kweek extra calcium en dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit via filtratie of doorstroming; zachte bodem voorkomt voetzoolproblemen; rustige, natuurlijke omgeving met variatie in terrein bevordert welzijn en broedsucces.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallend wit verenkleed met een subtiele roze tint. De vleugels zijn voorzien van zwarte slagpennen die sterk contrasteren met de rest van het lichaam. De snavel is lang en geel met een opvallende oranje wasachtige structuur aan de basis. De kop en nek zijn vaak iets geler dan de rest van het lichaam. De poten zijn grijsachtig met een lichtroze tint, wat een zachte uitstraling geeft. De iris is lichtbruin, omringd door een smalle, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets minder uitgesproken roze tint. De vleugels vertonen dezelfde zwarte slagpennen, maar de contrasten zijn iets minder scherp. De snavel is eveneens geel, maar de oranje was is minder prominent aanwezig. De kop en nek zijn iets bleker, met een subtiele gele gloed. De poten zijn lichtgrijs met een vleugje roze, wat een delicate indruk geeft. De iris is lichtbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijsbruin verenkleed met een matte uitstraling. De vleugels zijn donkerder, met een minder uitgesproken contrast tussen de slagpennen en dekveren. De snavel is korter en grijzer, zonder de opvallende wasachtige structuur. De kop en nek zijn egaal grijsbruin, zonder de gele tinten van volwassenen. De poten zijn grijs met een lichte roze tint, wat een onopvallend uiterlijk geeft. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, witte donslaag. Hun snavel en poten zijn lichtgrijs en onopvallend.