Vogel
Richard's vruchtenduif
Richard's vruchtenduif
Ptilinopus richardsii
Log in om deze soort toe te voegenDe Richard's vruchtenduif behoort tot het geslacht Ptilinopus uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleurrijke duif komt voor op de Salomonseilanden, waar ze leeft in vochtige, subtropische en tropische laaglandbossen. Ze voedt zich voornamelijk met vruchten en vertoont een rustig, soms schuw gedrag in het bladerdek van het bos.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Ptilinopus
Ringmaat
Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Welzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een kleine, kleurrijke vruchtenduif van circa 20-22 cm lengte. De kop en keel zijn lichtgrijs met een zachte lavendelzweem, de nek en borst hebben een opvallende rozerode gloed. De buik is wit, scherp contrasterend met de borst. De rug en vleugels zijn donkergroen met een lichte bronzen of goudgroene glans, en de schouderveren hebben vaak een geelachtige rand. De staart is kort en afgerond, van boven groen en van onder lichter met een grijze eindband. De snavel is geelachtig met een roodachtige basis, de poten zijn rood, en de iris is oranje tot rood.
Vrouw:
Het vrouwtje is minder contrastrijk en mist meestal de uitgesproken roze borstkleuring. De kop en keel zijn egaal groenachtig grijs, de buik is vuilwit tot lichtgeel, en de bovenzijde is donkerder groen. De snavel is geelachtig, de poten roodachtig en de iris oranje tot rood, gelijkend op die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend groen, met een matter en egaler verenkleed dan adulten. De borst en buik zijn lichtgroenachtig met een gelige zweem, zonder duidelijke roze tint. De snavel is grijsgroen, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris donker. Bij de eerste rui ontwikkelen zich de contrastrijke kleuren van volwassen vogels.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met kort, grijsachtig dons. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Pas na het uitvliegen verschijnen de eerste groene veren, waarna geleidelijk de roze borst en contrasterende kleuren van adulten tot ontwikkeling komen.