Koningspinguïn

Aptenodytes patagonicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Koningspinguïn behoort tot het geslacht Aptenodytes binnen de familie van Pinguins (Spheniscidae).

Deze imposante vogelsoort komt voor op eilanden in de sub-Antarctische en zuidelijke oceaanregio, met grote kolonies op plaatsen als Crozet, Kerguelen en Zuid-Georgia. Ze broeden in kolonies op zand- of kiezelstranden, vaak nabij de zee, en verspreiden zich in het niet-bruikseizoen over de open zuidelijke oceaan. Ze zijn uitstekende zwemmers en duikers, op zoek naar vis en inktvis in de koude wateren. Gedurende het jaar zijn ze te zien in zowel temperate als sub-Antarctische gebieden, waar ze een belangrijke rol spelen in het ecosysteem als roofdier en prooi.

Koningspinguïn
King Penguin
Königspinguin
Manchot royal

Taxonomische indeling

Bird Order
Pinguïns (Sphenisciformes)
Bird Family
Pinguïns (Spheniscidae)
Bird Genus
Aptenodytes

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Pinguins

Pinguïns zijn gespecialiseerde zeevogels die afhankelijk zijn van waterpartijen, veel zwemruimte en aangepaste klimaatomstandigheden. De inrichting van hun verblijf moet aansluiten bij hun natuurlijke gedrag en klimaateisen. Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; bassin ≥ 2 m diep; droog en stroef landgedeelte met schuilplekken.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met vorstvrij nachtverblijf; koudeminnende soorten gekoeld binnenverblijf (rond vriespunt).
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen nestgelegenheid (stenen of kunstmatige holen).
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, sardine, ansjovis) met supplementen indien nodig; altijd schoon drink- en zwemwater.
  • Overig: hygiëne belangrijk – bassin en landgedeelte regelmatig reinigen; verblijf met rotspartijen, variërende dieptes en verrijking.
Huisvestingsrichtlijnen Pinguins

Man:
De man heeft een opvallend verenkleed met een glanzende zwarte kop en nek. De borst is helder wit, wat sterk contrasteert met de oranjegele vlekken aan de zijkanten van de kop. De rug en vleugels zijn donkergrijs met een subtiele zilveren glans. De buik is wit en loopt geleidelijk over in de grijze flanken. De snavel is lang en slank, met een oranjegele basis en een zwarte punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een stevige structuur. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met iets minder glans. De kop en nek zijn eveneens zwart, maar de oranjegele vlekken zijn iets minder fel. De borst is wit, met een lichte grijze tint aan de zijkanten. De rug en vleugels zijn donkergrijs, met een matte afwerking. De buik is wit en loopt over in de grijze flanken. De snavel is slank en heeft een oranjegele basis met een zwarte punt. De poten zijn donkergrijs en stevig, met een iets lichtere tint dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een grijsbruine kop en nek. De borst is lichtgrijs, zonder de opvallende oranjegele vlekken van de volwassenen. De rug en vleugels zijn donkergrijs, maar missen de glans van de volwassen vogels. De buik is wit, met een vage grijze tint aan de zijkanten. De snavel is korter en donkergrijs, zonder de oranjegele basis. De poten zijn lichtgrijs en minder stevig dan bij de volwassenen. De ogen zijn donkerbruin, zonder een duidelijke oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag die hen warm houdt. Hun snavel en poten zijn donkergrijs en nog in ontwikkeling.