Stormbandpinguïn

Pygoscelis antarcticus

Log in om deze soort toe te voegen

De Stormbandpinguïn (synoniem: Stormbandpinguïn) behoort tot het geslacht Pygoscelis binnen de familie van Pinguins (Spheniscidae).

De stormbandpinguïn is een opvallende vogelsoort die in de zuidelijke oceanen thuis is. Deze pinguïn dankt zijn naam aan de smalle zwarte band onder zijn kop, die eruitziet als een helm met kinband. Het dier heeft een wit gezicht en een zwarte kap op zijn hoofd. De soort is verspreid over Antarctica, Zuid-Georgia en verschillende subantarctische eilanden, waar hij in grote kolonies broedt op steile, rotsachtige hellingen. Deze pinguïns bouwen circulaire nesten van stenen en leggen twee eieren die om de zes dagen door man en vrouw worden uitgebroed. Na ongeveer 37 dagen komen de kuikens uit, die grijs en wit gevlekt zijn. De jonge pinguïns blijven 20 tot 30 dagen in het nest voordat zij zich bij andere kuikens aansluit in een crèche. Deze zeevogels overwinteren op ijsbergen in warmere wateren en keren in november terug naar hun broedkolonies.

Stormbandpinguïn
Chinstrap Penguin
Kehlstreifpinguin
Manchot à jugulaire

Taxonomische indeling

Bird Order
Pinguïns (Sphenisciformes)
Bird Family
Pinguïns (Spheniscidae)
Bird Genus
Pygoscelis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.

Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Pinguins

Pinguïns zijn gespecialiseerde zeevogels die afhankelijk zijn van waterpartijen, veel zwemruimte en aangepaste klimaatomstandigheden. De inrichting van hun verblijf moet aansluiten bij hun natuurlijke gedrag en klimaateisen. Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; bassin ≥ 2 m diep; droog en stroef landgedeelte met schuilplekken.
  • Klimaat: gematigde soorten buiten met vorstvrij nachtverblijf; koudeminnende soorten gekoeld binnenverblijf (rond vriespunt).
  • Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; in broedseizoen nestgelegenheid (stenen of kunstmatige holen).
  • Voeding: verse of diepgevroren vis (haring, sprot, sardine, ansjovis) met supplementen indien nodig; altijd schoon drink- en zwemwater.
  • Overig: hygiëne belangrijk – bassin en landgedeelte regelmatig reinigen; verblijf met rotspartijen, variërende dieptes en verrijking.
Huisvestingsrichtlijnen Pinguins

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte kop. De nek en rug zijn eveneens zwart, wat contrasteert met de helderwitte borst en buik. De vleugels zijn zwart met een subtiele witte rand aan de uiteinden. De snavel is stevig en zwart met een lichte oranje tint aan de basis. De poten zijn roze met een lichte schubachtige structuur. De ogen hebben een donkere iris met een dunne witte oogring.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets mattere glans op de kop. De witte borst en buik zijn identiek, maar de vleugelranden kunnen iets meer versleten lijken. De snavel is iets slanker en heeft een subtielere oranje basis. De poten zijn vergelijkbaar roze, maar soms iets bleker van tint. De oogring is minder uitgesproken, maar de donkere iris blijft prominent. De verhoudingen van kop en nek zijn gelijk aan die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een grijzere tint op de kop en nek, met minder glans dan volwassenen. De borst en buik zijn vuilwit, met een vage grijze waas. De vleugels zijn donkergrijs met een minder duidelijke witte rand. De snavel is donkergrijs en mist de oranje tint van volwassenen. De poten zijn bleker en minder roze dan bij volwassen vogels. De iris is donker, maar de oogring is nauwelijks zichtbaar. De lichaamsverhoudingen zijn vergelijkbaar met die van volwassen vogels.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag die een uniforme kleur heeft. De snavel en poten zijn donkergrijs en nog niet volledig ontwikkeld.