Afrikaanse schaarbek

Rynchops flavirostris

Log in om deze soort toe te voegen

De Afrikaanse schaarbek behoort tot het geslacht Rynchops binnen de familie van Pinguins (Laridae).

Deze bijzondere vogel leeft vooral langs grote rivieren en meren in Afrika, van Senegal en Sudan tot Botswana, Namibi� en Mozambique. Hij is goed herkenbaar aan zijn lange, oranje snavel waarbij de ondersnavel langer is dan de bovensnavel. In het wild zoekt hij vooral op zandbanken en ondiepe wateren, waar hij met zijn snavel vlak boven het water vliegt en op die manier kleine visjes vangt. Zijn gedrag is uniek: hij schuift zijn ondersnavel door het water en sluit zijn snavel direct als hij een prooi raakt. De vogel broedt op zandbanken en is vooral overdag actief, maar kan ook bij maanlicht jagen.

Afrikaanse schaarbek
African Skimmer
Afrikascherenschnabel
Bec-en-ciseaux d'Afrique

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Rynchops

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Schaarbekken

Schaarbekken zijn kustvogels die leven langs rivieren, lagunes en zandstranden in tropische en subtropische gebieden. Hun karakteristieke ondersnavel, waarmee ze vis uit het water scheppen, stelt specifieke eisen aan hun leefomgeving. In de avicultuur vragen ze om ruime, zonnige verblijven met ondiep water, zandbodem en voldoende vlieg- en foerageerruimte. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (60–80 m² per paar) met groot wateroppervlak (20–50 cm diep) en zanderige oevers voor rust en nestbouw; helft van het oppervlak water; zacht aflopende oever zonder obstakels; binnenverblijf ± 6–8 m² per paar bij kou of regen.
  • Klimaat: warmteminnend; temperatuur boven 18 °C; in gematigde klimaten verwarmd binnenverblijf bij kou of vorst; zonnige ligging en lichte wind bevorderen natuurlijk gedrag.
  • Sociaal: kolonievogels; groepshuisvesting aanbevolen met voldoende ruimte en nestplekken; tijdens broedseizoen territoriaal – afstand tussen nesten voorkomt conflicten; rustige omgeving bevordert broedsucces.
  • Voeding: kleine vis (sprot, spiering, haring), vers of ontdooid, bij voorkeur op water aangeboden; aanvullen met garnalen, insecten of kleine weekdieren; in kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit via verversing of doorstroming; zandbodem regelmatig losharken; rustige omgeving zonder harde geluiden of schrikfactoren.
Huisvestingsrichtlijnen Schaarbekken

Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte kop en nek. De borst en buik zijn helder wit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. De vleugels zijn zwart met witte randen, die bij versleten veren minder scherp zijn. De snavel is lang en oranjegeel, met een karakteristieke afplatting aan de onderzijde. De poten zijn felrood en hebben een gladde structuur. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets doffer verenkleed. De zwarte delen van de kop en nek zijn minder glanzend en kunnen een bruine tint hebben. De vleugels vertonen dezelfde zwart-witte patronen, maar de randen zijn vaak minder scherp. De snavel is eveneens oranjegeel, maar iets korter dan die van de man. De poten zijn rood, maar iets minder fel van kleur. De ogen zijn donkerbruin met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met lichtere, vaalwitte onderzijde. De kop en nek zijn bruin met een vage, donkere tekening. De vleugels zijn bruin met lichtere randen, die bij versleten veren minder zichtbaar zijn. De snavel is korter en doffer oranje dan bij volwassenen. De poten zijn bleekrood en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijsbruin dons. De snavel is kort en geelachtig van kleur.