Vogel
Blauwbuikscharrelaar
Blauwbuikscharrelaar
Coracias cyanogaster
Log in om deze soort toe te voegenDe Blauwbuikscharrelaar behoort tot het geslacht Coracias binnen de familie van Scharrelaars (Coraciidae).
De blauwbuikscharrelaar is een opvallende vogel die voornamelijk in Afrika voorkomt, waar hij leeft op de savanne en bij moerassen. Deze scharrelaar komt vaak in groepjes voor en is bekend om zijn felgekleurde verenkleed, met een opvallend blauwe buik. De vogel voedt zich met insecten zoals kevers, sprinkhanen, vliegende mieren en termieten, maar eet ook kleine reptielen. Blauwbuikscharrelaars zijn actief overdag en vliegen graag laag over het terrein op zoek naar prooi. Ze zijn sociaal en vertonen vaak gezamenlijke gedragingen, zoals het zingen en het uitvoeren van speelse vluchten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- Scharrelaars (Coraciidae)
- Bird Genus
- Coracias
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Scharrelaars
Scharrelaars zijn felgekleurde insecteneters uit Afrika en Eurazië. Ze zijn actief, territoriaal en brengen veel tijd door op uitkijkposten. In de avicultuur vragen ze om ruime, goed beplante volières met veel vliegruimte, zitplaatsen en nestgelegenheid. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (10–15 m² per koppel, 2,5–3 m hoog) met open vliegzones, horizontale zitstokken, takken en palen als uitkijkpunten; dichte beplanting voor beschutting; droog, tochtvrij binnenverblijf; nestkast ± 25×25×40 cm met ronde ingang (8–10 cm).
- Klimaat: warmteminnend; temperatuur boven 18 °C; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar tochtvrij; voldoende zonlicht voor welzijn en activiteit.
- Sociaal: leven in paren; tijdens broedperiode territoriaal – per koppel huisvesten; rustige, overzichtelijke omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
- Voeding: insecten (krekels, sprinkhanen, meelwormen) en zachtvoer voor insecteneters; aanvullen met fruit (banaan, vijg, bessen) en incidenteel kleine muizen of kuikens; in kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: voerplaatsen en zitstokken regelmatig reinigen; nestkasten buiten broedseizoen afsluiten of verwijderen; rust en overzicht bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een opvallend helderblauw verenkleed met een glanzende uitstraling. De kop en nek zijn iets donkerder blauw, wat een subtiel contrast biedt met de rest van het lichaam. De vleugels zijn diepblauw met zwarte uiteinden, wat een scherp contrast cre�ert. De borst is lichtblauw en gaat over in een witte buik. De staartveren zijn lang en hebben een zwarte band aan het uiteinde. De snavel is zwart en licht gebogen, met een stevige basis. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar blauw verenkleed als de man, maar met een iets mattere tint. De kop en nek zijn minder intens blauw, waardoor het contrast met de rest van het lichaam minder uitgesproken is. De vleugels hebben dezelfde diepblauwe kleur, maar de zwarte uiteinden zijn minder scherp afgetekend. De borst is lichtblauw, maar de overgang naar de witte buik is geleidelijker. De staartveren zijn korter en hebben een minder duidelijke zwarte band. De snavel is zwart, maar iets slanker dan die van de man. De poten zijn donkergrijs en hebben een iets ruwere textuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer blauw verenkleed met een meer groenachtige tint. De kop en nek zijn minder uitgesproken blauw, met een grijzig-blauwe kleur. De vleugels zijn blauw met vaag zwarte uiteinden, die minder contrasterend zijn. De borst is lichtblauw met een vage overgang naar een grijsachtige buik. De staartveren zijn kort en hebben een onduidelijke zwarte band. De snavel is donkergrijs en minder gebogen dan bij volwassenen. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, grijsachtig verenkleed zonder duidelijke blauwe tinten. De snavel is lichtgrijs en recht.