Vogel
Burmeisters seriema
Burmeisters seriema
Chunga burmeisteri
Log in om deze soort toe te voegenDe Burmeisters seriema behoort tot het geslacht Chunga binnen de familie van Scharrelaars (Cariamidae).
Deze vogel komt voor in het zuidoosten van Bolivia en het noorden van Paraguay, waar hij open gebieden zoals graslanden en droge savannes bewoont. Hij is een langbenige, groot uitgevallen loopvogel die vooral op de grond jaagt op kleine dieren. Zijn gedrag is rustig en schuw, met een voorkeur voor het vermijden van dicht struikgewas.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Seriema's (Cariamiformes)
- Bird Family
- Seriema's (Cariamidae)
- Bird Genus
- Chunga
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Seriema's
Seriema’s zijn grote, loopvogels afkomstig uit de open graslanden en savannes van Zuid-Amerika. Ze zijn actief, nieuwsgierig en behoeven ruime, droge buitenverblijven met voldoende loopruimte, beschutting en stevige afrastering. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (100–150 m² per koppel, 2–2,5 m hoog) met droge gras-, zand- of aardebodem; enkele struiken, rotsen of boomstammen voor beschutting; hoge zitplaatsen of uitkijkpunten; droog, tochtvrij binnenverblijf ± 8–10 m² per paar; stevige, gladde afrastering.
- Klimaat: gematigd; bestand tegen milde kou, maar bij <10 °C vorstvrij nachtverblijf vereist; gevoelig voor vocht; in zomer voldoende schaduw aanwezig.
- Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte voorkomt conflicten; vreedzaam met andere grote vogelsoorten.
- Voeding: omnivoor dieet met ratieten- of watervogelvoer; aanvullen met insecten, kleine knaagdieren en kuikens; groenvoer, fruit en zaden in kleine hoeveelheden; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd vers drinkwater.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; stevige afrastering voorkomt ontsnapping of verwonding; rustige, overzichtelijke omgeving bevordert welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een overwegend grijs verenkleed met een lichte zilverachtige glans. De kop en nek zijn donkerder grijs, wat een subtiel contrast vormt met de lichtere borst. De vleugels vertonen een fijne bandering, die bij goed licht zichtbaar is. De buik is iets lichter van kleur, met een zachte overgang naar de flanken. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een robuuste structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar grijs verenkleed als de man, maar met een matte afwerking. De kop en nek zijn iets lichter, waardoor er minder contrast is met de borst. De vleugels hebben een subtiele bandering, die minder uitgesproken is dan bij de man. De buik is egaal grijs, zonder duidelijke overgang naar de flanken. De snavel is iets slanker en heeft een donkergrijze kleur. De poten zijn lichtgrijs en iets fijner van structuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer grijs verenkleed met een lichte bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn egaal grijs, zonder duidelijke bandering of vlekken. De vleugels zijn minder ontwikkeld en vertonen een vage bandering. De snavel is korter en lichter van kleur, met een grijze basis. De poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld. De iris is donkerbruin, met een onopvallende oogring. De algehele verschijning is minder contrastrijk dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtgrijs van kleur is. De snavel en poten zijn bleekgrijs en nog in ontwikkeling.