Vogel
Chinese Vechtkwartel
Chinese Vechtkwartel
Turnix tanki
Log in om deze soort toe te voegenDe Chinese Vechtkwartel behoort tot het geslacht Turnix binnen de familie van Vechtkwartels (Turnicidae).
Deze kleine vogel komt voor in delen van Zuid- en Zuidoost-Azi�, van India tot China en Zuidoost-Azi�. Hij leeft vooral in open, droge gebieden zoals graslanden, akkers en lichte bossen. De vogel is meestal op de grond te vinden en loopt bij gevaar liever weg dan dat hij vliegt. Hij is meestal alleen of in paren te zien en is over het algemeen een standvogel, hoewel er in sommige gebieden sprake is van seizoensgebonden trek.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Vechtkwartels (Turnicidae)
- Bird Genus
- Turnix
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Vechtkwartels
Vechtkwartels zijn kleine, schuwe grondvogels uit tropische en subtropische gebieden, bekend om hun bijzondere rolverdeling waarbij de vrouwtjes dominant zijn en de mannetjes broeden. Ze leven verborgen in graslanden en foerageren op insecten en zaden. In de avicultuur vragen Vechtkwartels om rustige, laag ingerichte verblijven met droge bodems en minimale verstoring. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: laag ingericht buitenverblijf (15–25 m² per koppel); grasrijke bodem met open plekken; binnenverblijf ± 1,5–2 m² per vogel, droog en stil.
- Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 18–30 °C; bij < 12–15 °C verwarmd binnenhok; droge bodem en beschutting tegen wind.
- Sociaal: per koppel of kleine groep; vrouwtjes dominant; territoriaal tijdens broedperiode; rustige omgeving essentieel.
- Voeding: insecten, larven, zaden en granen; kwartelvoer met extra dierlijk eiwit; voer op de grond aanbieden; altijd vers water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; prikkelarm verblijf noodzakelijk; broednest op de grond tussen lage vegetatie; dagelijkse controle en rustige ligging bevorderen welzijn.
Man:
De mannelijke vogel heeft een overwegend zandkleurig verenkleed met subtiele donkere vlekken. De kop is iets donkerder met een lichte wenkbrauwstreep. De nek en borst zijn egaal van kleur, zonder opvallende markeringen. De vleugels vertonen een fijn patroon van lichte en donkere strepen. De snavel is kort en grijsachtig, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn slank en lichtgekleurd, met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouwelijke vogel heeft een rijker gekleurd verenkleed met meer uitgesproken vlekken dan de man. De kop is donkerder met een duidelijke, lichte wenkbrauwstreep. De borst heeft een lichte bandering die naar de buik toe vervaagt. De vleugels zijn donkerder met een complex patroon van lichte en donkere vlekken. De snavel is iets langer en donkerder dan die van de man. De poten zijn stevig en lichtbruin van kleur. De ogen hebben een heldere iris met een dunne, lichte oogring.
Juveniel:
Juveniele vogels hebben een doffer verenkleed met minder uitgesproken vlekken dan volwassen vogels. De kop is egaal van kleur met een vage wenkbrauwstreep. De borst en buik zijn lichtbruin met een subtiele bandering. De vleugels zijn minder contrastrijk, met een gelijkmatige bruine tint. De snavel is kort en lichtgrijs, zonder duidelijke was. De poten zijn dun en lichtgekleurd, met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat voornamelijk lichtbruin is. De snavel en poten zijn klein en lichtgekleurd.