Steltvorkstaartplevier

Glareola isabella

Log in om deze soort toe te voegen

De Steltvorkstaartplevier behoort tot het geslacht Glareola binnen de familie van Vorkstaartplevieren (Glareolidae).

Deze middelgrote nomadische steltloper komt vooral voor in de droge binnengebieden van Australi�, waar hij broedt van zuidwestelijk Queensland tot het noorden. Hij leeft in open, schrale landschappen en is aangepast aan zwervend gedrag, zoekend naar voedsel als insecten in de lucht. Tijdens de broedtijd is hij vaak te vinden in kleine groepen.

Steltvorkstaartplevier
Australian Pratincole
Stelzenbrachschwalbe
Glar�ole isabelle

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae)
Bird Genus
Glareola

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Vorkstaartplevieren

Vorkstaartplevieren zijn sierlijke vogels van open, droge landschappen waar zij actief jagen op insecten. Ze combineren grond- en luchtfoerageren en broeden op open, kale bodems. In de avicultuur vragen zij om ruime, overzichtelijke verblijven met droge bodems, veel zon en een rijk aanbod aan insecten. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: open buitenverblijf (40–60 m² per koppel); zand- of kleibodem; korte vegetatie en open zones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel.
  • Klimaat: warm en droog; temperatuur 15–30 °C; bij < 10–12 °C beschutte binnenruimte; schaduw en windbescherming noodzakelijk.
  • Sociaal: sociaal; per koppel of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; overzichtelijk verblijf vermindert stress.
  • Voeding: insecten (krekels, meelwormen, sprinkhanen, vliegen); insectenvoer; voer verspreid aanbieden; altijd schoon water beschikbaar.
  • Overig: broedplek op open zand of grind; dagelijkse hygiëne; rustige ligging bevordert welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
De man heeft een zandkleurig verenkleed met een subtiele glans. De kop is iets donkerder dan de nek. De borst en buik zijn egaal van kleur zonder opvallende markeringen. Vleugels tonen een lichte bandering met donkere uiteinden. De snavel is kort en zwart met een lichte kromming. Poten zijn slank en grijs van kleur. De iris is donkerbruin met een onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar iets doffer van tint. De kop en nek zijn gelijkmatig gekleurd zonder duidelijke contrasten. De borst heeft een iets lichtere tint dan de rest van het lichaam. Vleugels zijn minder contrastrijk met subtiele bandering. De snavel is iets korter en lichter van kleur. Poten zijn dun en grijsachtig. De iris is donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een meer gevlekt verenkleed met een matte uitstraling. De kop is lichter met een vage streep over de ogen. De borst en buik zijn gespikkeld met lichtere en donkere vlekken. Vleugels vertonen een onregelmatige bandering met versleten randen. De snavel is kort en grijs met een lichte kromming. Poten zijn dikker en bleker dan bij volwassenen. De iris is donker met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, lichtbruin verenkleed. Ze hebben een opvallend lichte snavel en poten.