Vogel
Roodrugduif
Roodrugduif
Patagioenas cayennensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodrugduif behoort tot het geslacht Patagioenas uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogel is een algemene verschijning in de tropische delen van Amerika, van zuidelijk Mexico tot noordelijk Argentinië, en is te vinden in diverse habitats zoals bosranden, beekoevers en open gebieden met bomen. Het is een solitair vogeltype dat voornamelijk kleine vruchten, bessen en zaden eet. Het kan in kleine groepen worden gezien bij drinkplaatsen, en verricht een spectaculaire broeddisplay met een halve cirkelvlucht terug naar zijn oorspronkelijke zitplaats.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Patagioenas
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote bosduif van circa 30-32 cm lengte. De kop en nek zijn grijsachtig tot blauwgrijs met een subtiele iriserende glans, vooral op de achterhals. De borst is purperroze, de buik vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn donkergrijsbruin met kastanjebruine tonen en een zwakke bronsgroene glans op de schouders. De staart is middellang en afgerond, donkergrijs met een lichtere eindband. De snavel is zwart met een lichtgrijze basis, de poten zijn rood, en de iris is roodachtig tot oranje, omringd door een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en doffer gekleurd. De borst is minder uitgesproken purperroze en de rug en vleugels zijn matter bruin. Snavel, poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn egaler bruin van tint en missen de iriserende glans. De bovenzijde is bruin met bredere lichte randen aan de vleugels, wat een geschubd effect geeft. De borst is vaalgrijsbruin, de buik vuilwit. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. Bij de eerste rui verschijnen de meer glanzende tinten van volwassen vogels.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsachtig dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruinachtige veren, waarna de volwassen kleur en glans zich geleidelijk ontwikkelen.