Vogel
Roodbuikzandhoen
Roodbuikzandhoen
Pterocles exustus
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodbuikzandhoen (synoniem: Bruinbuikzandhoen) behoort tot het geslacht Pterocles binnen de familie van Zandhoenders (Pteroclidae).
Deze vogelsoort leeft in droge, halfwoestijnachtige gebieden in Noord- en Centraal-Afrika tot in Zuidwest-Azië. Ze bewonen open, schrale vlakten en zandige terreinen met verspreid struikgewas. De soort is vooral zaadeter en staat bekend om haar sociale gedrag, waarbij groepen samenkomen bij waterplaatsen. Ze broeden in eenvoudige nesten op de grond waar meestal drie eieren gelegd worden; de jongen verlaten het nest snel na het uitkomen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zandhoenders (Pterocliformes)
- Bird Family
- Zandhoenders (Pteroclidae)
- Bird Genus
- Pterocles
Ringmaat
Man 6.5 mm Vrouw 6.5 mmWelzijnsadviezen
Zandhoenders
Zandhoenders zijn gespecialiseerde vogels van droge en open landschappen, waar zij leven van zaden en dagelijks water opzoeken. Ze zijn uitstekend aangepast aan hete, droge omstandigheden en broeden op open grond. In de avicultuur vragen Zandhoenders om ruime, droge verblijven met open zichtlijnen, zandige bodems en een stabiel klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: open, droog buitenverblijf (40–60 m² per koppel); zand- of kleibodem; kale foerageerzones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en tochtvrij.
- Klimaat: droog en gematigd tot warm; temperatuur 10–30 °C; bescherming tegen regen en kou essentieel.
- Sociaal: solitair of per koppel; schrikgevoelig; rustige, overzichtelijke omgeving noodzakelijk.
- Voeding: zadenmengsel, grit en mineralen; aanvullend groenvoer; dagelijks vers drinkwater beschikbaar.
- Overig: stofbadmogelijkheid essentieel; broednest op open bodem; dagelijkse controle en rustige ligging bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een zandkleurig verenkleed met een lichte glans op de rug. De kop en nek zijn iets donkerder met een subtiele grijze tint. De borst is lichtbruin met een opvallende zwarte band. De buik is witachtig, wat contrasteert met de donkere borst. De vleugels hebben een fijne bandering van lichte en donkere tinten. De snavel is kort en grijs met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs en slank, passend bij het lichaam.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte zandkleur met een matte afwerking. De kop en nek zijn egaal van kleur zonder opvallende markeringen. De borst en buik zijn lichtbruin met een subtiele vlekkerigheid. De vleugels vertonen een fijne bandering, maar minder contrasterend dan bij de man. De snavel is kort en grijs, zonder opvallende kenmerken. De poten zijn grijs en iets robuuster dan die van de man. De iris is donkerbruin, omgeven door een onopvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een dof zandkleurig verenkleed met een lichte vlekkerigheid op de rug. De kop en nek zijn egaal van kleur, zonder duidelijke markeringen. De borst en buik zijn lichtbruin met een subtiele bandering. De vleugels hebben een onregelmatige bandering van lichte en donkere tinten. De snavel is kort en grijs, vergelijkbaar met de volwassen vogels. De poten zijn grijs en slank, passend bij het jonge lichaam. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in een lichte zandkleur. De snavel en poten zijn klein en grijs.