Sahelzandhoen

Pterocles senegallus

Log in om deze soort toe te voegen

De Sahelzandhoen (synoniem: Senegalzandhoen of Woestijnzandhoen) behoort tot het geslacht Pterocles binnen de familie van Zandhoenders (Pteroclidae).

Deze vogelsoort komt voor in droge en halfdroge gebieden van Noord- en Oost-Afrika, het Midden-Oosten en delen van Zuid-Azi�. Ze leven op de grond in schrale landschappen met enige begroeiing en voeden zich vooral met zaden. Ze leven vaak in kleine groepen en bezoeken dagelijks waterpunten, waarbij het mannetje water in zijn buikveren transporteert om de jongen van vocht te voorzien.

Sahelzandhoen
Spotted Sandgrouse
Tropfenflughuhn
Ganga tachet�

Taxonomische indeling

Bird Order
Zandhoenders (Pterocliformes)
Bird Family
Zandhoenders (Pteroclidae)
Bird Genus
Pterocles

Ringmaat

Man 6.5 mm Vrouw 6.5 mm

Welzijnsadviezen

Zandhoenders

Zandhoenders zijn gespecialiseerde vogels van droge en open landschappen, waar zij leven van zaden en dagelijks water opzoeken. Ze zijn uitstekend aangepast aan hete, droge omstandigheden en broeden op open grond. In de avicultuur vragen Zandhoenders om ruime, droge verblijven met open zichtlijnen, zandige bodems en een stabiel klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: open, droog buitenverblijf (40–60 m² per koppel); zand- of kleibodem; kale foerageerzones; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en tochtvrij.
  • Klimaat: droog en gematigd tot warm; temperatuur 10–30 °C; bescherming tegen regen en kou essentieel.
  • Sociaal: solitair of per koppel; schrikgevoelig; rustige, overzichtelijke omgeving noodzakelijk.
  • Voeding: zadenmengsel, grit en mineralen; aanvullend groenvoer; dagelijks vers drinkwater beschikbaar.
  • Overig: stofbadmogelijkheid essentieel; broednest op open bodem; dagelijkse controle en rustige ligging bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een zandkleurig verenkleed met een subtiele roze gloed op de borst. De kop is lichtgrijs met een opvallende witte keelvlek. De vleugels zijn donkerder met een lichte bandering, wat zorgt voor een mooi contrast. De staartveren zijn lang en puntig, met een zwarte eindband. De snavel is kort en grijs, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn geelachtig en slank, wat bijdraagt aan een sierlijk uiterlijk. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte zandkleur met een fijne streepjespatroon op de borst. De kop is minder contrastrijk, met een vaag grijze tint. De vleugels vertonen een subtiele bandering, maar zijn overwegend egaal van kleur. De staart is korter dan die van de man, met een minder uitgesproken eindband. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets lichter van kleur. De poten zijn eveneens geelachtig, maar iets robuuster. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dof zandkleurig verenkleed met een onopvallend streepjespatroon over het hele lichaam. De kop is egaal van kleur, zonder duidelijke markeringen. De vleugels zijn minder contrastrijk en vertonen een lichte bandering. De staart is kort en afgerond, zonder duidelijke eindband. De snavel is kort en grijs, met een onopvallende wasachtige basis. De poten zijn bleekgeel en stevig, wat bijdraagt aan een gedrongen uiterlijk. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed in een zandkleurige tint. Ze hebben een kleine, grijze snavel en gele poten.