Roodsnavelduif

Columba flavirostris

Log in om deze soort toe te voegen

De Roodsnavelduif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze grote duifsoort komt voor van zuidelijk Texas tot Costa Rica, voornamelijk in droge bossen en langs rivieren in laaglandgebieden. Ze brengen veel tijd door in boomkronen waar ze zich voeden met vruchten en bessen. Hun zang is laag van toon, en ze zijn vaak lastig te zien vanwege hun schuwe gedrag.

Roodsnavelduif
Red-billed Pigeon
Rotschnabeltaube
Pigeon à bec rouge

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Columba

Ringmaat

Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Man:
Het mannetje is een forse bosduif van circa 34-36 cm lengte. De kop en nek zijn grijs tot blauwgrijs met een subtiele olijfkleurige of purperen glans op de hals. De borst is paarsachtig grijs met een zachte wijnrode tint, de buik vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn donkergrijsbruin met een lichte metallic glans. De staart is middellang, donkergrijs met een brede lichtere eindband. De snavel is kenmerkend geel met een roodachtige washuid aan de basis, de poten zijn rood, en de iris is oranje tot roodbruin met een smalle, bleke oogring.

Vrouw:
Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner en minder contrastrijk. De borst is meer uniform grijs zonder uitgesproken paarse glans, en de rug en vleugels zijn doffer bruin. De snavel, poten en iris zijn gelijk van kleur aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en overwegend bruin. De bovenzijde heeft brede lichte randen aan de vleugels en rugveren, waardoor een geschubd patroon ontstaat. De borst is vaalgrijs tot bruin, de buik vuilwit. De snavel is donkergrijs met slechts een zwakke gele basis, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker. Bij de eerste rui ontwikkelen ze de glans en de felgele snavel van volwassen vogels.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsachtig dons. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. In de eerste weken ontwikkelen zich de eerste bruinachtige veren; het kenmerkende kleurpatroon en de gele snavel verschijnen pas later in de groei.