Kerkuil

Tyto alba

Log in om deze soort toe te voegen

De Kerkuil behoort tot het geslacht Tyto binnen de familie van Uilen (Tytonidae).

Deze vogelsoort komt voor in grote delen van Europa, Azi�, Afrika, Amerika en Australi� en leeft vooral in open en half-open laaglandgebieden, zoals cultuurlandschap, dorpen en steden. In Nederland is hij vooral te vinden in het agrarische gebied, waar hij graag nestelt in oude gebouwen zoals schuren en kerktorens. De vogel is territoriaal en heeft een grootte van het territorium die varieert van 60 tot 1200 hectare, afhankelijk van de kwaliteit van het leefgebied. Hij is een nachtdier en een gespecialiseerde jager op kleine zoogdieren, vooral muizen. De soort is jaarrond aanwezig en broedt in donkere, tochtvrije plekken, waarbij de beschikbaarheid van geschikte nestplaatsen essentieel is voor het succes van de populatie.

Kerkuil
Barn Owl
Schleiereule
Effraie des clochers

Taxonomische indeling

Bird Order
Uilen (Strigiformes)
Bird Family
Kerkuilen (Tytonidae)
Bird Genus
Tyto

Ringmaat

Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een opvallend wit gezicht met een hartvormige, matwitte sluier. Zijn rug en vleugels zijn bedekt met goudbruine veren, bezaaid met grijze en zwarte stippen. De borst en buik zijn overwegend wit, soms met lichte vlekken. De vleugelranden zijn scherp afgetekend en contrasteren met de lichtere dekveren. Zijn snavel is lichtgeel en gebogen, zonder zichtbare was. De poten zijn lang en bedekt met lichte, schubachtige huid. De ogen zijn donkerbruin, omringd door een subtiele, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een iets donkerder verenkleed dan de man, met meer uitgesproken vlekken op de borst. Haar gezichtssluier is eveneens wit, maar met een iets grijzere tint. De rug en vleugels zijn rijker goudbruin, met meer prominente zwarte stippen. De vleugelranden zijn minder scherp dan bij de man, met een zachtere overgang. Haar snavel is vergelijkbaar in kleur, maar iets robuuster. De poten zijn eveneens lang, met een iets donkerder schubachtige structuur. De ogen zijn donkerbruin, met een iets bredere oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bleker gezicht met een minder uitgesproken hartvormige sluier. Hun rug en vleugels zijn lichter goudbruin, met minder duidelijke stippen. De borst en buik zijn wit, vaak met een grijze waas. De vleugelranden zijn minder scherp en vertonen een versleten uiterlijk. De snavel is lichtgeel, maar nog niet volledig gebogen. De poten zijn korter en bedekt met een lichtere, schubachtige huid. De ogen zijn donkerbruin, met een smalle, lichte oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dichte, witte donslaag. Hun ogen zijn gesloten en de snavel is bleek.