Rotsduif

Columba livia

Log in om deze soort toe te voegen

De Rotsduif behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze vogel, van oorsprong bewoner van Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika, komt inmiddels wereldwijd voor in stedelijke gebieden, dorpen en bij kliffen en rotsen. Hij past zich gemakkelijk aan de menselijke omgeving aan, waar hij nestelt op gebouwen en steeds dichter bij mensen leeft. Zijn voedsel bestaat vooral uit zaden, maar in de stad maakt hij ook dankbaar gebruik van menselijk afval. Aanpassingsvermogen aan stedelijke omstandigheden en een variabel broedgedrag zorgen ervoor dat deze vogelsoort zich vrijwel overal weet te handhaven, waarbij hij vaak in groepen te zien is en zich nauwelijks laat verstoren door menselijke activiteiten.

Rotsduif
Rock Pigeon
Felsentaube
Pigeon biset

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Columba

Ringmaat

Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage X

Deze vogelsoort valt onder de bepalingen van bijlage X, waarin aanvullende regels zijn vastgelegd rondom invoer, gezondheid en welzijn. Bij binnenkomst in de Europese Unie moeten vogels voldoen aan strikte veterinaire eisen, inclusief verplichte quarantaine en gezondheidsverklaringen om verspreiding van ziekten te voorkomen. Voor de avicultuur betekent dit dat alleen vogels die aan deze voorwaarden voldoen, gehouden mogen worden. Daarnaast gelden er extra eisen ten aanzien van huisvesting en verzorging, zodat het welzijn van de vogels gewaarborgd blijft.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Betreft soorten met invoer- en houderijvoorwaarden.
  • Verplichte controles op gezondheid en welzijn bij invoer.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Quarantaine en veterinaire keuring vaak vereist.
  • Alleen toegestaan wanneer aan alle welzijns- en gezondheidsregels wordt voldaan.

Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 31-34 cm lengte. Het verenkleed is overwegend blauwgrijs met een iriserende groene en paarse glans op hals en borst. De vleugels zijn lichtgrijs met twee duidelijke zwarte vleugelbanden. De stuit is lichtgrijs tot witachtig en valt op in vlucht. De staart is donkergrijs met een brede zwarte eindband. De snavel is zwart met een lichte, gezwollen washuid, de poten zijn rood, en de iris is oranje tot roodachtig.

Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en doffer van tint. De glans op de hals is minder uitgesproken en de borst is egaler grijs. De snavel, poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter grijs, zonder de glanzende groene en paarse halskleur. De vleugelbanden zijn vaak valer en soms onderbroken. De borst is grijsbruin, de buik vuilwit. De snavel is donkergrijs, de washuid nog weinig ontwikkeld en bleek, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris bruin tot donker. De volwassen glanskleuren verschijnen pas bij de eerste rui.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met dun, geelachtig dons. De snavel is groot in verhouding, donkergrijs met een zachte, gezwollen washuid. De poten zijn vleeskleurig en de iris zwartbruin. Tijdens de eerste weken ontwikkelen zich de grijze veren, waarna geleidelijk het typische volwassen kleed met vleugelbanden en halsglans zichtbaar wordt.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 177
  • Tijdschrift 222
  • Tijdschrift 280