Vogel
Siberische oehoe
Siberische oehoe
Bubo bubo sibiricus
Log in om deze soort toe te voegenDe Siberische oehoe behoort tot het geslacht Bubo binnen de familie van Oehoes (Strigidae).
Deze indrukwekkende uilsoort komt voor in het westelijke deel van Siberi� en leeft vooral in bergachtige bossen, halfwoestijnen en rotsachtige hellingen. Hij is goed aangepast aan koude en ruige omgevingen en zoekt vaak zijn voedsel in open landschappen, waar hij voornamelijk op kleine zoogdieren en vogels jaagt. De vogel is solitair en territoriaal, nestelt op rotsrichels of in grotten en is vooral actief in de schemering en �s nachts. Door zijn aanpassingsvermogen komt hij ook voor in gebieden met weinig begroeiing en kan hij zich handhaven in afwisselende klimaten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Uilen (Strigiformes)
- Bird Family
- Echte uilen (Strigidae)
- Bird Genus
- Bubo
Ringmaat
Man 24.0 mm Vrouw 24.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Man:
De man heeft een overwegend lichtgrijs verenkleed met subtiele bruine tinten. De kop is groot met prominente oorpluimen. De borst en buik zijn bedekt met donkere, verticale strepen. De vleugels tonen een patroon van lichte en donkere banden. De snavel is sterk gebogen en donkergrijs van kleur. De ogen zijn groot met een opvallende oranje iris. De poten zijn bedekt met lichte veren en eindigen in krachtige klauwen.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar is iets donkerder van tint. De oorpluimen zijn iets minder prominent aanwezig. De borststrepen zijn breder en duidelijker zichtbaar. De vleugels hebben een meer uitgesproken bandering. De snavel is iets groter en heeft dezelfde donkere kleur. De ogen hebben dezelfde oranje iris, maar lijken iets groter. De poten zijn eveneens bevederd en robuust.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bleker verenkleed met minder uitgesproken strepen en banden. De kop is minder geprononceerd met kortere oorpluimen. De borst en buik zijn lichter met vage strepen. De vleugels hebben een minder contrasterend patroon. De snavel is lichter van kleur en minder gebogen. De ogen zijn groot met een gele iris die later donkerder wordt. De poten zijn dunner en minder bevederd.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dichte, witte donslaag. Hun ogen zijn gesloten en de snavel is klein en licht.