Gaai

Garrulus glandarius

Log in om deze soort toe te voegen

De Gaai (synoniem: Vlaamse gaai) behoort tot het geslacht Garrulus binnen de familie van Kraaiachtigen (Corvidae).

Deze vogel komt voor in heel Europa en leeft voornamelijk in loof- en gemengde bossen, maar ook in parken, tuinen en kleinschalig agrarisch landschap. Hij staat bekend om het verzamelen en verstoppen van eikels als wintervoorraad. Tijdens het broedseizoen is hij stil, maar buiten die tijd vaak luidruchtig en waarschuwt anderen met scherpe roep. De vogel is een standvogel die zich goed aan diverse leefgebieden aanpast.

Gaai
Eurasian Jay
Eichelh�her
Geai des ch�nes

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Kraaien (Corvidae)
Bird Genus
Garrulus

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend blauw-wit gestreepte vleugelvlek. De kop is lichtgrijs met een zwarte streep over de ogen. De rug en flanken zijn warmbruin, terwijl de buik lichter van kleur is. De staart is zwart met een lichte glans, wat contrasteert met de rest van het verenkleed. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijsbruin en hebben een robuuste structuur. De iris is lichtblauw, wat een scherp contrast vormt met de donkere oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar de kleuren zijn iets doffer. De blauwe vleugelvlek is minder uitgesproken en de zwarte oogstreep is minder scherp. De rug en flanken zijn eveneens warmbruin, maar de tint is iets lichter. De staart heeft een matte afwerking, zonder de glans die bij de man te zien is. De snavel is iets slanker en heeft dezelfde zwarte kleur. De poten zijn grijsbruin, maar iets fijner van structuur. De iris is lichtblauw, met een subtiele donkere oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler bruin verenkleed zonder de uitgesproken blauwe vleugelvlekken. De kop is minder contrastrijk, met een vage oogstreep. De buik is lichtbruin en mist de helderheid van volwassen vogels. De staart is donkerbruin en heeft een matte uitstraling. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak grijsachtig. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust dan bij volwassenen. De iris is grijsblauw, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, grijsbruine veren. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.