Streepooruil

Otus brucei

Log in om deze soort toe te voegen

De Streepooruil behoort tot het geslacht Otus binnen de familie van Uilen (Strigidae).

Deze kleine uil leeft in halfopen landschappen met bomen en struiken, van het Midden-Oosten tot West- en Centraal-Azi�. Hij jaagt vooral op insecten, maar vangt ook kleine zoogdieren en hagedissen, vaak 's nachts, en broedt in boomholtes waar 4 tot 6 eieren worden gelegd.

Streepooruil
Pallid Scops Owl
Strauchschleiereule
Petit-duc de Bruce

Taxonomische indeling

Bird Order
Uilen (Strigiformes)
Bird Family
Echte uilen (Strigidae)
Bird Genus
Otus

Ringmaat

Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een overwegend zandkleurig verenkleed met subtiele grijsbruine tinten. De kop is relatief groot met opvallende oorpluimen. De borst en buik zijn licht met fijne, donkere streepjes die een gestreept patroon vormen. De vleugels tonen een mix van lichte en donkere vlekken, wat een gevlekt uiterlijk geeft. De snavel is kort en grijs met een lichte wasachtige basis. De poten zijn bedekt met fijne veren en hebben een grijsachtige kleur. De ogen zijn groot met een gele iris en een dunne, donkere oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een iets donkerder verenkleed dan de man, met meer uitgesproken grijsbruine tinten. De kop is vergelijkbaar met die van de man, maar de oorpluimen zijn minder prominent. De borst en buik vertonen een dichtere streping, wat een zwaarder patroon geeft. De vleugels hebben een vergelijkbare vlekkenpatroon, maar met meer contrast tussen de lichte en donkere delen. De snavel is iets langer en donkerder van kleur. De poten zijn eveneens grijsachtig, maar met een iets grovere structuur. De ogen hebben dezelfde gele iris, maar de oogring is iets breder.

Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler zandkleurig verenkleed zonder de uitgesproken streping van volwassenen. De kop is kleiner met minder ontwikkelde oorpluimen. De borst en buik zijn licht met een vage streping die minder contrasterend is. De vleugels zijn minder gevlekt, met een meer uniforme kleurverdeling. De snavel is kort en lichtgrijs, zonder duidelijke wasachtige basis. De poten zijn dunner en lichter van kleur dan bij volwassenen. De ogen zijn groot met een blekere gele iris en een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, donzige, lichtgrijze donslaag. De ogen zijn gesloten en de snavel is klein en bleek.