Bengaalse oehoe

Bubo bengalensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Bengaalse oehoe behoort tot het geslacht Bubo binnen de familie van Uilen (Strigidae).

Deze indrukwekkende uilsoort komt voor in het Indiase subcontinent, vooral in rotsachtige heuvels, ravijnen en scrubbossen. Hij prefereert droge, rotsachtige gebieden met struiken en wordt vaak aangetroffen in agrarische velden en open landschappen. De vogel is nachtactief, leeft meestal in paren en speelt een belangrijke rol in het beheersen van de populatie van knaagdieren. Tijdens de broedperiode legt hij eieren in natuurlijke nissen of op rotsrichels en blijft de jonge vogel lang afhankelijk van zijn ouders.

Bengaalse oehoe
Indian Eagle-Owl
Indische Uhu
Grand-duc du Bengale

Taxonomische indeling

Bird Order
Uilen (Strigiformes)
Bird Family
Echte uilen (Strigidae)
Bird Genus
Bubo

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een overwegend bruine kleur met een lichte, zandkleurige ondertoon. De kop is donkerder met opvallende oorpluimen en een lichte gezichtsschijf. De borst is gestreept met donkere en lichte banden, die naar de buik toe vervagen. De vleugels zijn breed met een mix van donkere en lichtere veren, wat een gemarmerd effect geeft. De snavel is sterk en grijs met een lichte wasachtige basis. De poten zijn bedekt met veren, eindigend in krachtige klauwen. De ogen zijn groot en geel met een dunne, donkere oogring.

Vrouw:
De vrouw is iets groter en heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met subtiele verschillen. Haar verenkleed is iets donkerder, vooral op de rug en vleugels. De gezichtsschijf is minder uitgesproken, met een zachtere overgang naar de nek. De borststrepen zijn breder en duidelijker zichtbaar dan bij de man. De snavel is vergelijkbaar, maar iets robuuster van vorm. De poten zijn eveneens bevederd, met een iets lichtere tint. De ogen zijn identiek aan die van de man, met dezelfde opvallende gele kleur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bleker verenkleed met een meer uniforme bruine kleur zonder duidelijke strepen. De gezichtsschijf is minder ontwikkeld, met een vage omlijning. De vleugels en rug hebben een egalere kleur zonder het gemarmerde effect van volwassenen. De snavel is kleiner en lichter van kleur, met een minder uitgesproken was. De poten zijn dunner en minder krachtig, met een lichtere bevedering. De ogen zijn donkerder, met een minder opvallende oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze de kenmerkende strepen en kleuren van volwassenen.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, witte donslaag die geleidelijk donkerder wordt. Hun ogen zijn groot en donker, met een nieuwsgierige blik.