Schamalijster

Copsychus malabaricus

Log in om deze soort toe te voegen

De Schamalijster behoort tot het geslacht Copsychus binnen de familie van Vliegenvangers (Muscicapidae).

Deze kleine zangvogel komt van nature voor in dichtbeboste gebieden van Zuid- en Zuidoost-Azi�, waar hij vooral leeft in struikgewas en secundaire bossen, vaak met veel ondergroei. Hij is bekend om zijn prachtige zang en wordt vaak gehouden als kooivogel, waardoor hij ook is ge�ntroduceerd op plaatsen als Hawa� en Taiwan. In zijn natuurlijke habitat zoekt hij voedsel op de grond, voornamelijk insecten, en is hij schuw en territoriaal. Tijdens het broedseizoen bouwt hij een nest in een boomholte en verdedigt hij zijn territorium fel.

Schamalijster
White-rumped Shama
Schamaaldrozd.
Shama � croupion blanc.

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Vliegenvangers (Muscicapidae)
Bird Genus
Copsychus

Ringmaat

Man 3.5 mm Vrouw 3.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een glanzend zwarte kop en nek met een diep oranje borst. De buik is helder oranje, wat contrasteert met de zwarte vleugels en staart. De vleugels hebben een subtiele witte vlek aan de basis van de slagpennen. De staart is lang en zwart met een lichte glans, vaak met een witte rand aan de uiteinden. De snavel is zwart en slank, zonder zichtbare was. De poten zijn donkergrijs en slank, met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een doffer verenkleed met een bruinzwarte kop en nek. De borst is lichter oranje dan bij de man, met een subtiele overgang naar de buik. De vleugels zijn donkerbruin met minder opvallende witte vlekken. De staart is korter en minder glanzend, met een bruine tint. De snavel is donkergrijs en iets korter dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs en fijn van structuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruin verenkleed met lichte vlekken op de borst en buik. De kop en nek zijn donkerbruin met een matte uitstraling. De vleugels zijn bruin met lichte randen aan de veren, wat een versleten indruk geeft. De staart is kort en bruin, zonder de glans van volwassen vogels. De snavel is grijsbruin en korter dan bij volwassen vogels. De poten zijn lichtbruin en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, bruine veren. De snavel is lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.