Dumont Beo

Mino dumontii

Log in om deze soort toe te voegen

De Dumont Beo behoort tot het geslacht Mino binnen de familie van Spreeuwachtigen (Sturnidae).

Deze vogelsoort komt voor in de vochtige laaglandbossen van Nieuw-Guinea en nabijgelegen eilanden. Ze leven vaak in kleine groepjes of paren en kunnen soms in grote zwermen bij elkaar komen om te rusten. Ze voeden zich voornamelijk met bessen, vruchten en af en toe insecten, vaak hoog in het bos. Hun roep is luid en gevarieerd, en ze broeden in boomholtes waar ze met meerdere vogels samen kunnen werken aan het nest.

Dumont Beo
Yellow-faced Myna
Molukkenbeo
Martin-chasseur de Dumont

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Spreeuwen (Sturnidae)
Bird Genus
Mino

Ringmaat

Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans op de kop. De nek en borst zijn diepzwart, contrasterend met de iets lichtere buik. Vleugels tonen een subtiele paarse glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De dekveren zijn zwart met een lichte blauwe tint aan de randen. De snavel is stevig en geel, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is helder oranje, omringd door een dunne zwarte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder glanzend verenkleed dan de man, met een matte zwarte kleur. De kop en nek zijn donkergrijs, geleidelijk overgaand naar een lichtere borst. De buik is grijs met een subtiele bruine tint. Vleugels zijn donker met een lichte blauwe gloed aan de randen. De snavel is slanker en iets lichter geel dan die van de man. Poten zijn grijs met een iets ruwere structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn lichtbruin met vage donkere vlekken. Vleugels zijn donkerbruin met een lichte groene glans aan de randen. De snavel is korter en bleekgeel, met een rechte vorm. Poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is grijsbruin, zonder duidelijke oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze meer glans en kleur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijs dons. De snavel is kort en bleekgeel.