Vogel
Roodkopklauwier
Roodkopklauwier
Lanius senator
Log in om deze soort toe te voegenDe Roodkopklauwier behoort tot het geslacht Lanius binnen de familie van Klauwieren (Laniidae).
De roodkopklauwier is een opvallende zangvogel die vooral in zuidelijke en zuidoostelijke gebieden van Europa voorkomt, met een voorkeur voor open landschappen zoals heidevelden, licht beboste hellingen en struikgewas. De vogel is te herkennen aan zijn karakteristieke uiterlijk en gedrag: hij jaagt vanaf een uitkijkpost op insecten, kleine reptielen en soms zelfs kleine vogels, die hij regelmatig op een doorn of draad impaleert. Dit gedrag is typisch voor klauwieren en dient om prooi te verwerken en op te slaan. De roodkopklauwier is een trekvogel die in de zomer broedt in Zuid-Europa en in de winter naar Afrika migreert. Door habitatverlies en veranderingen in landgebruik is de soort in sommige gebieden zeldzaam geworden, maar hij blijft een fascinerende bewoner van zonnige, open landschappen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Zangvogels (Passeriformes)
- Bird Family
- Klauwieren (Laniidae)
- Bird Genus
- Lanius
Ringmaat
Man 3.8 mm Vrouw 3.8 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallende zwart-witte kop met een helderwitte keel. De rug is kastanjebruin, wat contrasteert met de zwarte vleugels. De vleugels hebben witte vlekken die vooral in vlucht zichtbaar zijn. De staart is zwart met witte randen, wat een scherp contrast geeft. De borst en buik zijn helderwit, zonder vlekken. De snavel is krachtig en zwart, met een lichte haak aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en slank.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrastrijke kop met grijsbruine tinten. De rug is lichter bruin dan bij de man, met een subtiele kastanjebruine gloed. De vleugels zijn donkerbruin met minder opvallende witte vlekken. De staart is donkerbruin met lichtere randen, minder contrastrijk dan bij de man. De borst en buik zijn cr�mekleurig met een lichte streping. De snavel is donkergrijs, iets minder robuust dan bij de man. De poten zijn grijsbruin en fijngebouwd.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een fijne streping op de borst. De kop is grijsbruin met een vage oogstreep. De rug is lichtbruin met een subtiele kastanjebruine tint. De vleugels zijn donkerbruin met minder uitgesproken witte vlekken. De staart is bruin met lichtere randen, zonder het scherpe contrast van volwassenen. De snavel is donkergrijs en slanker dan bij volwassen vogels. De poten zijn lichtgrijs en delicaat.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsachtige donslaag. De snavel is lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.