Vogel
Melk Oehoe
Melk Oehoe
Ketupa lactea
Log in om deze soort toe te voegenDe Melk Oehoe (synoniem: Verreaux Oehoe) behoort tot het geslacht Ketupa binnen de familie van Oehoes (Strigidae).
Deze grote uil komt voor in Sub-Saharisch Afrika en leeft vooral in open bosgebieden en savannes. Hij jaagt voornamelijk �s nachts op kleine zoogdieren, vogels en reptielen en staat bekend om zijn stille en effici�nte jachttechniek. Zijn opvallende witte verenkleed helpt bij camouflage tijdens schemering.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Uilen (Strigiformes)
- Bird Family
- Echte uilen (Strigidae)
- Bird Genus
- Ketupa
Ringmaat
Man 22.0 mm Vrouw 22.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden.
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II.
Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt.
In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
- De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
- Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
- Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.
Ingelogd als lid? Klik op het > symbool achter de wetgevingnaam voor de volledige tekst. Nog geen lid en benieuwd naar het volledige artikel en meer? Word dan lid van Aviornis!
Man:
De man heeft een overwegend bleekbruin verenkleed met een lichte, bijna witte borst. De kop is groot met prominente oorpluimen en een donkerder bruine kruin. De vleugels vertonen een subtiele bandering met lichtere en donkerdere tinten. De rug is iets donkerder dan de buik, met een matte afwerking. De snavel is krachtig en grijs met een lichte wasachtige basis. De poten zijn bedekt met lichte veren en eindigen in scherpe klauwen. De ogen zijn groot met een gele iris en een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met iets donkerdere tinten. De borst is minder wit en vertoont een lichte streping. De vleugels zijn breder en hebben een duidelijkere bandering. De kop is robuust met minder uitgesproken oorpluimen. De snavel is iets groter en heeft een donkerdere wasachtige basis. De poten zijn stevig en licht van kleur, met krachtige klauwen. De ogen hebben een gelige iris met een iets bredere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een egaler bruin verenkleed met een lichte, vage streping op de borst. De kop is kleiner en de oorpluimen zijn minder ontwikkeld. De vleugels zijn korter en vertonen een minder duidelijke bandering. De rug en buik zijn gelijkmatig van kleur, zonder opvallende contrasten. De snavel is kleiner en lichter van kleur dan bij volwassenen. De poten zijn dunner en bedekt met fijne, lichte veren. De ogen zijn donkerder met een grijze iris en een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, witte donslaag. De ogen zijn gesloten en de snavel is klein en lichtgekleurd.