Amethistspreeuw

Cinnyricinclus leucogaster

Log in om deze soort toe te voegen

De Amethistspreeuw behoort tot het geslacht Cinnyricinclus binnen de familie van Spreeuwachtigen (Sturnidae).

Deze kleurrijke vogel komt voor in het tropische en droge landschap van Centraal- en Zuid-Afrika. Hij leeft in bosranden, open gebieden en savannes waar hij zich voedt met vruchten en insecten. Sociaal en vaak in groepen, valt hij op door zijn opvallende paarse glans en levendige gedrag tijdens het foerageren en rusten.

Amethistspreeuw
Violet-backed Starling
Violettglanzstar
Le Choucador � ventre blanc.

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Spreeuwen (Sturnidae)
Bird Genus
Cinnyricinclus

Ringmaat

Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een opvallend glanzend paars verenkleed op de kop, nek en borst. De buik is helder wit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. Vleugels en staart zijn diep zwart met een subtiele groene glans. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en slank, wat bijdraagt aan een elegante uitstraling. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring. In de broedtijd kan de glans van het verenkleed intenser worden.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder opvallend verenkleed met overwegend bruine tinten. De borst en buik zijn lichtbruin met fijne streepjes, die een subtiel patroon vormen. De vleugels en staart zijn donkerbruin, zonder de glans die bij de man te zien is. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets lichter van kleur. De poten zijn eveneens donkergrijs, maar iets robuuster van structuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring. Tijdens het broedseizoen blijft het verenkleed onveranderd.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dof bruin verenkleed met lichte vlekken op de borst en buik. De vleugels zijn donkerbruin, met een lichte rand aan de veren die na verloop van tijd verslijt. De snavel is aanvankelijk lichtbruin en wordt geleidelijk donkerder naarmate ze ouder worden. De poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld in structuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. Naarmate ze ouder worden, beginnen ze de glans van volwassen mannetjes te ontwikkelen. De overgang naar volwassen verenkleed kan enkele maanden duren.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag grijsbruin dons. De snavel is lichtgeel en zacht van structuur.