Kleine beo

Gracula indica

Log in om deze soort toe te voegen

De Kleine beo behoort tot het geslacht Gracula binnen de familie van Spreeuwachtigen (Sturnidae).

Deze vogelsoort komt voor in het zuidwesten van India en Sri Lanka, waar hij leeft in vochtige heuvelbossen en soms in secundaire begroeiing tot 2.000 meter hoogte. Hij voedt zich met vruchten, nectar en insecten en staat bekend om zijn levendige gedrag en het vermogen om menselijke spraak na te bootsen. De soort broedt in boomholtes en is meestal standvogel in zijn verspreidingsgebied.

Kleine beo
Southern Hill Myna
Indischer Beo
Mainate religieux

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Spreeuwen (Sturnidae)
Bird Genus
Gracula

Ringmaat

Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
De man heeft een glanzend zwart verenkleed met een groene metaalachtige glans op de kop. De nek en borst vertonen een subtiele paarse tint, die overgaat in een diepere zwarte kleur op de buik. De vleugels zijn zwart met een lichte blauwe glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De snavel is feloranje met een gele basis, opvallend tegen het donkere verenkleed. De poten zijn helder geel, wat contrasteert met de donkere veren. De iris is helder geel, omringd door een dunne, zwarte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken glans. De paarse tint op de nek en borst is minder intens, waardoor het verenkleed matter oogt. De vleugels hebben een subtiele blauwe glans, maar zijn overwegend zwart. De snavel is iets minder feloranje, met een meer gele tint aan de basis. De poten zijn lichtgeel, iets minder helder dan bij de man. De iris is geel, met een iets bredere zwarte oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een bruine tint, vooral op de kop en nek. De borst en buik zijn donkergrijs, met een minder uitgesproken glans dan bij volwassen vogels. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte blauwe gloed, zichtbaar bij goed licht. De snavel is bleekoranje, met een gele basis die minder fel is. De poten zijn lichtgeel, met een iets grovere structuur dan bij volwassenen. De iris is lichtgeel, omgeven door een dunne, grijze oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, bruin verenkleed zonder glans. De snavel is bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld.