Vogel
Schriftduif
Schriftduif
Geophaps scripta
Log in om deze soort toe te voegenDe Schriftduif behoort tot het geslacht Geophaps uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort komt voor in noordoostelijk Australië, voornamelijk in droge graslanden en sclerofylbossen. Ze vertoont zwart-witte gelaatsmarkeringen en gedrag dat typisch is voor bodembewonende duiven, waarbij ze rustig voedsel zoeken op de grond en solitair of in kleine groepen leven.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Geophaps
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor een optimaal welzijn van duiven is de inrichting van een passende leefomgeving noodzakelijk. De centrale aandachtspunten voor een verantwoorde verzorging en huisvesting betreffen de beschikbare ruimte, de nutritionele behoeften en het faciliteren van natuurlijk sociaal gedrag.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–8 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Sommige soorten hebben baat bij een vorstvrij of verwarmt verblijf.
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor vruchtenetende duiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor mineralen, grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote grondduif van circa 28-30 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs met een opvallende zwarte oogstreep die doorloopt van de snavelbasis tot achter het oog. De keel is wit, de borst zacht grijsbruin en de buik vuilwit. De rug en vleugels zijn bruin met kastanjebruine en zwart gebandeerde patronen, wat een fijn getekend effect geeft. In vlucht vallen de kastanjebruine vleugelvelden duidelijk op. De staart is middellang, bruin met een lichte eindrand. De snavel is zwart, de poten zijn roodachtig, en de iris is oranje tot rood.
Vrouw:
Het vrouwtje is sterk gelijkend op het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en met een minder uitgesproken kastanjebruine vleugelveld. De borst is lichter bruin en de oogstreep iets valer. Snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn overwegend matter en egaler bruin. De rug en vleugels hebben bredere lichte randen waardoor een geschubd effect ontstaat. De oogstreep is minder scherp afgetekend en kastanjebruin in de vleugel is zwak of afwezig. De borst is lichtbruin, de buik vuilwit. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot roodachtig, en de iris zeer donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons dat uitstekende camouflage biedt op de bodem. De onderzijde is vuilwit. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. De kastanjebruine vleugeltekening verschijnt pas na het eerste jeugdkleed.