Braziliaanse rode tangara

Ramphocelus bresilia

Log in om deze soort toe te voegen

De Braziliaanse rode tangara behoort tot het geslacht Ramphocelus binnen de familie van tangaren (Thraupidae).

Deze opvallende zangvogel komt voor in oostelijk Brazili� en het verre noordoosten van Argentini�, vooral in kustgebieden van Para�ba tot Santa Catarina en Misiones. Hij leeft in struikgewas, bosranden, open plekken, moerassen, tuinen en stedelijke parken. De vogel is voornamelijk frugivoor, eet ook zaden en insecten en gedraagt zich agressief bij voedselverwerving. Hij bouwt een komvormig nest in het bladerdak en legt twee tot drie eieren. De soort is goed aangepast aan verstoord leefgebied en wordt niet als bedreigd beschouwd.

Braziliaanse rode tangara
Brazilian Tanager
Brasiltangare
Tangara �carlate

Taxonomische indeling

Bird Order
Zangvogels (Passeriformes)
Bird Family
Tangaren (Thraupidae)
Bird Genus
Ramphocelus

Ringmaat

Man 3.5 mm Vrouw 3.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Man:
De man heeft een opvallend felrode kop en borst, die sterk contrasteren met de zwarte vleugels. De rug en staart zijn eveneens diepzwart, met een subtiele glans die in direct zonlicht zichtbaar is. De buik is donkerrood, iets doffer dan de borst, met een geleidelijke overgang naar de flanken. De snavel is kort en kegelvormig, met een zilvergrijze kleur die naar de punt toe donkerder wordt. De poten zijn donkergrijs, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring. In de rui kan het verenkleed enigszins versleten ogen, met minder glans.

Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend olijfbruin verenkleed, met een lichtere onderzijde die naar de buik toe geelachtig wordt. De vleugels en staart zijn donkerder bruin, met een matte afwerking. De kop en nek zijn egaal bruin, zonder de rode tinten van de man. De snavel is vergelijkbaar in vorm, maar iets lichter van kleur, met een grijsachtige tint. De poten zijn lichtgrijs, met een iets ruwere structuur dan die van de man. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring. Tijdens de rui kan het verenkleed een vale uitstraling krijgen.

Juveniel:
Juvenielen vertonen een mengeling van kenmerken van beide geslachten, met een overwegend bruin verenkleed. De borst en buik zijn lichter, met een vage roodachtige tint die bij mannelijke juvenielen sterker is. De vleugels en staart zijn donkerbruin, met een matte afwerking. De snavel is nog niet volledig ontwikkeld, met een lichtere, grijsachtige kleur. De poten zijn lichtgrijs, vergelijkbaar met die van de vrouw. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze meer uitgesproken kenmerken van hun geslacht.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsachtige donslaag die weinig bescherming biedt. De snavel is zacht en lichtgekleurd, met een gele was.