Vogel
Schubbenduifje
Schubbenduifje
Columbina squammata
Log in om deze soort toe te voegenDe Schubbenduifje behoort tot het geslacht Columbina uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze kleine duif komt voor in delen van Zuid-Amerika, waaronder Colombia, Venezuela, Paraguay, en Brazilië. Ze leeft in open bossen, savannes, en landbouwgebieden, vaak met verspreide begroeiing. De vogel voedt zich op de grond met zaden en wordt doorgaans stil waargenomen, in paren of kleine groepjes.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Columbina
Ringmaat
Man 4.0 mm Vrouw 4.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een kleine, sierlijke duif van circa 18-20 cm lengte. De kop en nek zijn blauwgrijs, de borst is grijsachtig met een zachte lila- tot paarszweem. De buik is vuilwit tot lichtgrijs. De rug en vleugels zijn bruin met een opvallend geschubd patroon, veroorzaakt door donkere centra en lichtere randen van de veren. In vlucht vallen de kastanjebruine vleugels op. De staart is middellang, bruin met lichtere buitenste pennen. De snavel is zwart, de poten zijn roodachtig, en de iris is geel tot oranjebruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is zeer gelijkend op het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en met een minder uitgesproken paarsige borstzweem. Het geschubde patroon op rug en vleugels is aanwezig, maar vaak minder contrastrijk. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter en meer uniform bruin. De rug en vleugels tonen een zwak geschubd effect door brede, lichte veerranden. De borst is vaalbruin, de buik vuilwit. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot bruinrood, en de iris zeer donker. Het volwassen geschubde patroon wordt pas zichtbaar na de eerste rui.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruinachtig dons dat uitstekende camouflage biedt in droge, open habitats. De onderzijde is vuilwit. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Bij het uitvliegen verschijnen de eerste bruine veren, waarna het geschubde patroon zich later ontwikkelt.